Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet boven de werkelijkheid uitgaat, dan zou van deze laatste heffing het aangewezen bezwaar althans relatief minder hoog zijn. Als opbrengst der suikerbelasting wordt n.1. onder de middelen f 13.800.000.— geraamd. Nu kan het waar zijn, dat de opbrengst over 1920 deze raming verre overtreft, maar het is algemeen bekend, dat over 1921 de uitkomst van de Indische suikerindustrie niet voldaan heeft aan de in 1920 uitgesproken verwachting van de Indische Regeering, dat in de komende jaren nog veelvuldig buitengewone winsten zullen worden gemaakt, en er zijn niet de minste teekenen, dat de toestand in 1922 belangrijk verbeteren zal. Het is zeer de vraag of het voor 1922 geraamde bedrag inderdaad zal binnenkomen. Men heeft dan ook voor het loopende en het eerstkomende jaar te rekenen op een aanmerkelijk lager bedrag, dan waarop bij de raming der middelen voor 1922 gerekend werd. Van het oogenblik af nu, dat de opbrengst veel lager zal zijn, volgt daaruit, dat de administratie-kosten in verhouding daartoe belangrijk hooger zullen loopen, dan bij een suikerjaar als dat van 1920.

En dan houde men bij dit alles nog in het oog, dat de Ordonnanties (behalve wat betreft de uitvoerrechten op petroleum en petroleum-derivaten) verrekening toelaten tusschen de productenbelasting en de extra-;winstbelasting, zoodat hetgeen aan producten belasting binnenkomt, zoo niet geheel dan toch grootendeels in mindering komt van de opbrengstder extra-winstbelasting.

•Een en ander geeft een krachtig motief te meer, naast alle principieele en technische bezwaren die reeds werden ontwikkeld, om de productenbelastingen en de daarmede op gelijke lijn staande uitvoerrechten na afloop van dit jaar niet te bestendigen.

Sluiten