Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondernemingsgeest naar onze Oost te richten, nog meer doen afnemen. Met de dividenden en tantièmes die naar Nederland gaan, staat het er anders voor. Deze worden hier opgenomen in het inkomen der rechthebbenden en ten behoeve van de Nederlandsche schatkist aangeslagen in de inkomstenbelasting.

Nu zou het, gegeven de zware druk, die reeds op de inkomens is gelegd, een averechtsche financieele politiek -rijn de uit Indië stammende inkomensdeelen nog eens aan een speciale belasting te onderwerpen. De grootere inkomens — en hierom gaat het bij dit onderwerp in hoofdzaak — worden hier te lande al zoo zwaar getroffen, dat eene verzwaring vrijwel uitgesloten mag heeten, wil de fiscus het gevaar van uittocht naar elders, dat hij thans reeds duchtig begint te gevoelen, niet nog ernstig vergrooten. Maar een andere vraag is,of het eigenlijk wel aangaat, dat de Nederlandsche schatkist de inkomstenbelasting van de hier bedoelde inkomensdeelen geheel voor zich zelf houdt.

Deze vraag, die — mutatis mutandis — ook voor de vermogensbelasting en de verdedigingsbelastingen is te stellen, is, voor zoover mij bekend is nog niet ernstig onder de oogen gezien. Men heeft zich tot nu toe veel te uitsluitend bezig gehouden met de staatsrechtelijke verhouding tusschen Nederland en Indië op financieel gebied en de niet minder belangrijke economisobe betrekking verwaarloosd. Dit is eenigszins te verwonderen, waar over de financieele verhouding tusschen Rijk en gemeenten, en de verdeeling van de inkomstenbelasting van forensen tusschen gemeenten onderling in Nederland, reeds sedert jaren zooveel te doen is. Natuurlijk zie ik niet over het hoofd, dat staatsrechtelijk deze relaties zeer verschillen van die tusschen Nederland en Indië, maar dit neemt niet weg, dat er uit economisch oogpunt toch een zekere analogie is. De bekende vraag, welk deel van het forensen-inkomen aan de woongemeente en welk deel daarvan aan de werkgemeente toekomt, mag dunkt mij, ook wat Nederland en Indië aangaat, gesteld worden. Het spreekt, wanneer men zich in de economisch-financieele verhouding tusschen Moederland en Kolonie eenigszins indenkt, maar niet van zelf, dat Nederland de belastingen over het in Indië verworven inkomen (inkomstenbelasting en verdedigingsbelasting II) geheel voor zichzelf houdt. Men zou zich wel eens mogen afvragen,welk deel van de belastingen over die inkomsten in redelijkheid aan het woonland en welk deel daarvan aan het werkland toekomt. Voor de vermogensbelasting en de verdedigingsbelastingen I,a en I,b gelden dezelfde overwegingen.

Nu verdient de wijze waarop men hier te lande deze moeilijke kwestie in de gemeentewet heeft geregeld, of liever heeft doorgehakt, zeker geen navolging. Maar dit neemt niet weg, dat op het gebied der gemeentefinanciën niemand ontkent, dat de belasting van het elders verworven inkomen niet geheel aan de woongemeente toekomt. Welnu, in beginsel staat de zaak ten aanzien van het in Indië verworven inkomen van den Nederlandschen ingezetene niet anders. Het

Sluiten