Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In aansluiting hieraan vervolgt hetzelfde stuk op blz. 11:

„(De belasting der naamlooze vennootschap) is geregeld als een dividendbelasting, waarmede erkend wordt, dat zij met de bedrijfsbelasting als partieele inkomstenbelasting alleen door naam en wetgeving is verbonden, en in werkelijkheid eene speciale belasting is op de opbrengst van ondernemingen, die niet door de tot die opbrengst gerechtigden doch te hunnen behoeve door eene 'zelfstandige vereeniging worden gedreven". Op blz 8 van zijn Memorie van Antwoord van Februari 1913 schrijft Minister Kolkman indelende over de belasting op naamlooze vennootschappen:

„Wanneer de belasting blijft gehandhaafd, dan is een andere vraag of zij niet als* zijnde naar haar wezen geheel vreemd aan de eigenlijke inkomstenbelasting, bij afzonderlijke wet behoort te worden geregeld. Moest de belasting worden ingevoerd, dan zou de ondergeteekende - misschien - eene afzonderlijke wet verkiezen, die dan voor het formeele recht naar de wet op de inkomstenbelasting zou kunnen verwijzen.

De belasting bestaat echter reeds lang, heeft eerst patentrecht geheeten, vormt tegenwoordig een deel der belasting op bedrijfs- en andere inkomsten, en het ligt dus in de historische lijn dat zij hare plaats vindt in de wet op de inkomstenbelasting, zoo totdeinvoet "ü* « belastinS wordt overgegaan. Overigens is de naam toch ook zonder veel belang " In de Memorie, van Toelichting van October 1915 bij het ontwerp van wet betreffende ê»

ondslagen van het stelsel van '« Rnks K0laofm^ ™i * \t- • x~_ m ,,

— „ _„j„„ „v-x^^.g^.i o^iucci jjiuiiBLcr J.KEUJB op Dlz. y/lU:

„n«t omwerp verdeelt de belastingen in vier hoofdgroepen: zakelijke belastingen, persoonlijke belastingen naar inkomen en vermogen, verkeersbelastingen, verteringsbelastingen

Voor den term „zakelijke belastingen" zou de, meer sprekende term van „opbrengstbelastmgen zijn gekozen, ware het niet dat dan opschrift en inhoud der groep elkander niet zouden hebben gedekt. Bij de grondbelasting, toch wordt, om „ader te ontvouwen redenen, voorgesteld de belasting naar de belastbare opbrengst te vervangen door een belasting naar de waarde; en bij de effectenbelasting wordt niet gerekend met de opbrengst van het vermogen in portefeuille, maar met dat vermogen zelf.

Het losmaken van de belasting der naamlooze vennootschappen van de inkomstenbelasting en het overbrengen daarvan als een afzonderlijke belasting naar de groep der zakelijke belastingen behoeft slechts weinig toelichting; De plaats welke deze belasting thans inneemt als onderdeel van de inkomstenbelasting, is gemakkehjk historisch verklaarbaar. De naam- ' looze vennootschappen waren, onder de werking van de patentwet, aangeslagen in de patentbelasting. Toen deze belasting in 1894 plaats maakte voor de bedrijfsbelasting, kreeg ook de belasting der vennootschappen een plaats daarin. Van de bedrijfsbelasting werd zij meegenomen naar de inkomstenbelasting, toen de eerstgenoemde heffing in de algemeene inkomsten- ' belasting werd opgelost.

Rationeel is de opneming der vennootschapsbelasting onder de inkomstenbelasting echter allerminst Men zou in deze onwetenschappelijke plaatsing intusschen getroost kunnen berusten, indien zij met leidde tot practische moeilijkheden en het inzicht in het werkelijk karakter der belastmg verduisterde. Inkomen in den eigenhjken zin van het woord hebben rechtspersonen, met name de naamlooze vennootschappen en de met haar door de wet gelijk gestelde vereenigingen niet. Zij leveren wel opbrengsten op; zij hebben echter geen eigen levensdoel, dat uitgaven met zich brengt, tot bestrijding waarvan die opbrengsten hebben te dienen ue opbrengsten der vennootschappen zijn bestemd om, nadat daarvan de bedrijfsonkosten en de reserves voor mogehjke tegenslagen zijn afgetrokken, te worden uitgedeeld.

Door de vennootschap te belasten wordt, onafhankelijk van de persoonlijke belasting der

Sluiten