Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE III.

's-Gravenhage, 13 Januari 1922.

Aan Zijne Excellentie

den Heer Gouverneur-Oeneraal van Nederlandsch-Indië. BUITENZORG.

Excellentie,

Mr M(wTr^dS'Mr. A. G. N. Swart, in hoedanigheid respectievelijk als Voorzitter 2Gedelegeerd Lid van het Algemeen Bestuur van ^«^f^g^^ Nederlandsch-Indië, waarvan de Statuten zijn goedgekeurd bij K. B. van 27 December iwsi No 6 en als zoodanig die Vereeniging wettig vertegenwoordigende, hebben dè , Uwe Excellentie met. verschuldigden eerbied te verzoeken, een algemeene aanschrtinraT de Hoofden van Gewestelijk Bestuur te doen, opdat een eenvormige toepassing tKdl art. 83 van de Ordonnantie van 19 Mei 1921, Indisch Staatsblad 312, ver-

^ Ïchting van dit verzoek veroorloven zij zich het volgende onder de aandacht van Uwe

E vtent9 net^Td van het genoemde artikel kan aan de daargenoemde tot wfeTok de tden van den Ondernemersraad behooren, op hun verzoek geheele of gedeelteiLTnthig van de inkomsten- en de extra-winstbelasting worden

door buitengewone omstandigheden het zuiver inkomen meer dan /4 veischüvan^hetgeen werkelijk door de belastingplichtige als zoodanig is of -^^^^^^ van De genoemde

nvS ^kt de M vat ^kenden -el, dat b,

eenzelfde lijn' behoort te worden gevolgd>

keur en onbillijkheid zouden worden gepleegd. Weliswaar heelt d. ura maar daarbij

wezen belasting-autoriteit vrijgelaten verzoeken tot ontheffing^ ^^J^dHrieJ gaat het natuurlijk niet om gunsten die aan den een wel, aan den ander met^

passing open te zetten. x.^z^„„ uitgaande van het

Vandaaï het verzoek van ondergeteekenden om door een ^"^^^ZpBÜvg Ui Centraal Gezag in Nederlandsch-Indië, een eenvormige toepassing van de bewuste bepaling

waarborgen.

Sluiten