Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral ten aanzien van één punt schijnt een dergelijke aanschrijving aan ondergeteekenden strikt noodig. De ontheffing wegens verschil van meer dan 1/i van het zuiver inkomen in het belastingjaar en het jaar, dat daaraan voorafging, wordt alleen verleend, wanneer er buitengewone oinstandigheden zijn, waaraan dat verschil is toe te schrijven. Het begrip „buitengewone omstandigheden" nu is rekbaar, en bij de beoordeeling of zulke omstandigheden aanwezig zijn, spreken ook subjectieve overwegingen mee. Het wil ondergeteekenden voorkomen, dat de buitensporig groote schommelingen in inkomsten, welke in den tegenwoordigen tijd zijn te constateeren, toegeschreven moeten worden aan een buitengewone omstandigheid, n.1. aan de thans ook in Nederlandsch-Indië heerschende crisis. Het feit alleen, dat er een crisis heerscht, is reeds als een buitengewone omstandigheid aan te merken, maar bovendien is deze crisis nog meer buitengewoon, zoowel om den omvang en diepte ervan, als wegens de buitengemeene snelheid waarmee zij is ingetreden.

Ondergeteekenden vertrouwen dan ook, dat Uwe Excellentie het met hen eens zal zijn, dat, indien er een verschil van meer dan V* is tusschen de werkelijk genoten inkomsten in een crisisjaar en in het daaraan voorafgaande jaar, de bepaling van alinea 4 van art. 83 der Ordonnantie van toepassing is, en zij spreken de hoop uit, dat Uwe Excellentie in een aanschrijving aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur van deze opvatting blijk zal geven, en aan die hoofdambtenaren zal opdragen zich bij de toepassing dier bepaling daarnaar te gedragen.

Met verschuldigde hoogachting hebben zij de eer te zijn,

(w. g.) TREUB.

(w. g.) A. G. N. SWART.

8

Sluiten