Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking met de Qostenrijksch-jHongaarsche strijdmacht kon misschien een concentrische aanval op de Russische legers geschieden, waardoor men deze de nederlaag zou kunnen berokkenen.

Graaf Waldersee, die in 1888 von Moltke als chef van den Duitschen generalen staf opvolgde, was in hoofdzaak dezelfde meening toegedaan.

Maar toen graaf Schlieffen de functiën op zich genomen had, kreeg een ander inzicht de overhand. Deze autoriteit meende, dat Frankrijk de gevaarlijkste vijand zou zijn en het eerst onschadelijk gemaakt moest worden. Daarvoor moest Duitschland alle krachten inspannen voor een snellen en beslissenden aanval op dit land; daarentegen moest tegen Rusland aanvankelijk met zwakkeren weerstand worden volstaan, waarbij men waarschijnlijk eenig Duitsch grondgebied tijdelijk zou moeten prijsgeven. Nadat Frankrijk geslagen en tot den vrede gedwongen zou zijn, zouden talrijke Duitsche strijdkrachten uit het Westen naar het Oosten worden overgebracht, om den oorlog tegen Rusland krachtiger voort te zetten en het aldaar door dezen vijand c. q. veroverde gebied te hernemen.

Dit operatieplan dateerde van 1904—1905 en is, eenigszins gewijzigd, in 1914 ten uitvoer gebracht»

Een aanval op het Oostelijk front,.; zooals Moltke bedoelde, werd door Schlieffen te bezwaarlijk geacht, omdat Rusland op zijn Westelijke grens duurzame versterkingen aangelegd had. Bovendien zouden de Russische legers zich altijd aan een aanval kunnen onttrekken door in het uitgestrekte binnenland terug te wijken. Een snelle beslissing op het Oostelijk front kon daarom, naar Schueffefti meende, niet verzekerd geacht worden.

Maar ook de rechtstreeksche aanval op het Fransche Oostelijke front zou, naar Schheffen's oordeel, niet tot het beoogde doel leiden,-omdat het

Sluiten