Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den rechter irfttigel van de Ditftsche hoofdmacht.

De jongere von Moltke, die in 1906 optrad als chef van den Duitschen generalen staf, heeft het plan van Schlieffen in hoofdzaak overgenomen en behouden. Hij wijzigde het in zoover, dat hij op den Duitschen linker vleugel een belangrijk grootere sterkte noodig oordeelde, wijl hij eenbetere bescherming voor den Elzas en Lotharingen verlangde. Diensvolgens werd het zwaartepunt der Duitsche legersterkte meer naar links verschoven; het 'centrum en de réchter vleugel verloren daardoor een deel van hun kracht.

Dit was, zooals later zal blijken, geen verbetering. En het was zeer stellig ook in strijd met de bedoelingen van den ontwerper van het operatieplan.

Ook na zijn ontslag uit den dienst bleef Schlieffen zich voortdurend met dat plan bezighouden en zijn gedachten daarover uiten. Tot in zijn laatste levensdagen was hij doordrongen van de juistheid der hoofdbeginselen, waarop het berustte. Zijn schoonzoon, generaal von Hahnke, deelde daaromtrent mede, dat hij, weinige dagen vóór zijn overlijden in December 1912, in zijn müitaile testament o. a. schreef, dat „Frankrijk en Engeland de gevaarlijkste tegenstanders van Duitschland waren. Oostenrijk kon gerust zijn; de Russische legers zouden niet naar OalKcilSrukken, alvorens in het Westen de beslissing gevallen zou zijn. Oostenrijks lot-Zou niet aan den Boeg, maar aan de Seine worden uitgemaakt". En op zijn sterfbed, in heldere oogenblikkenfc>lÉissChen koortsphantasieën, maande hij ernstig nog: „Es musz dow iSöéif 'Zur Schlacht kommen. Macht mir nur den rechten Flügel stark !"

Het is niet onmogelijk, zelfs niet onwaarschijnlijk, dat Schlieffen, indien hij de uitvölftSng van zijn plan zelf had kunnen leiden, de Duitsche legers daarmede tot de zegepraal zouhebben gebracht.

Sluiten