Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen andere bedoeling dan om, voor het Duitsche volk, welks goede eigenschappen wij hoogelijk waardeeren, „de vriend te zijn, die het zijn feilen toont."

Een andere quaestie, die in de Duitsche literatuur over den wereldoorlog niet besproken wordt, gis deze: of het operatieplan Schlieffen-Moltke II niet a priori tot mislukking gedoemd was. Men zoekt de oorzaak van de geleden nederlaag daarbij in het systeem van den aanval op Frankrijk; n.1. in het daarbij op den voorgrond staande streven, om dien vijand — om zoo te zeggen, in minder dan geen tijd — tegen den grond te slaan. In dit verband wijdt men dan diepgaande beschouwingen aan het vraagstuk of in de strategie het beginsel van,*vernietiging", dan wel dat van „afmatting" der tegenpartij de voorkeur verdient.

De bekende Duitsche hoogleeraar Dr. Hans Delbrück stelde deze vraag aan de orde in zijn opstel: „Falkenhayn und Ludendorff", in de Preuszische Jahrbücher van Mei 1920. Hij wees er op hoe de groote veldheeren, die zich in de krijgsgeschiedenis een beroemden naam verworven hebben, in dit vraagstuk een bepaalde richting huldigden. Frederik de Groote, b.v. was een voor* stander van de „afmattings-strategie". En deze theorie had z.i. ook in 1914 tegenover Frankrijk toepassing moeten vinden. Alzoo op het Westfront geen aanvallen „a ou trance", omdat deze, bij de overmacht der vijanden, toch niet tot het doel konden leiden. Maar een vastberaden standhouden tegen hun streven, hen door veelvuldige partieele slagen afmatten en murw maken en zich voordurend bereid toonen tot vrede en onderhandeling.

Wij wijzen er hierbij op, dat deze theorie volkomen gepast zou hebben bij de uitvoering van het operatieplan van Moltke I voor het Westfront. De zienswijze van Prof. Dr. Del-

Sluiten