Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later veldmaarschalk Joffre, zorgde voortdurend in de nabijheid van zijn legers en gemakkelijk bereikbaar te zijn. Hij was zeer beweeglijk, ging telkens zelf op reis om met een legercommandant in persoonlijke aanraking te komen, en was rusteloos in de weer om zijn voornemens en bedoelingen te verduidelijken. Dat de invloed van deze wijze van handelen niet anders dan gunstig kon zijn, is gemakkelijk te begrijpen.

De voor 18 Augustus te nemen maatregelen gaven reeds dadelijk aanleiding tot eenig verschil in zienswijze tusschen de bevelvoerende autoriteiten van het ie en het 2e Duitsche Leger. De commandant van het ie Leger wilde de Belgische troepen achter de Gette snel en regelrecht aanvallen, omdat het 2e Leger op 17 Augustus nog ten westen van Luik opmarcheerde en het 3e Leger nog achter was. De commandant van het 2e Leger beoogde een gemeenschappetijken aanval op de Belgen, doch verlangde dat een omvatting van den linker vleugel der stelling achter de Gette* over Beeringen-Pael-Diest, door het ie Leger zou worden uitgevoerd. Op aandrang van generaal von Kuhl werd de directe aanval van het ie Leger , goedgekeurd, doch de vorenaangeduide omvatting moest daarbij niettemin plaats hebben.

Het terrein waarop de rechtervleugel van dit Leger zich diensvolgens moest ontwikkelen en bewegen, was zeer moeilijk; doorsneden met talrijke beken en andere hindernissen. Het veroorzaakte aan het met de omvatting belastte 2e legerkorps veel tijdverlies, groote inspanning en bijzondere vermoeienis.

De overige troepen vielèhdeGette-stellingmfront aan; zij rukten daartegen op, elk korps in 2 colonnes.

Wij volgen nu weer, voor de beschrijving van hetgeen er aan de Gette voorviel, het Verslag van het Belgische Opperbevel.

Sluiten