Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wat de strategische leiding. Van den Belgischen tegenstand, in de behandelde eerste periode van den oorlog betreft, daaromtrent kan ons oordeel bezwaarlijk gunstig luiden. De opmarsch der Duitsche. kgers werd nóch aan de Maas, nóch aan de Gette opgehouden of belangrijk vertraagd. Er was feitelijk niets bereikt of gewonnen voor de verdere operatiën. Het Veldleger was wel is waar behouden in de stelling van Antwerpen aangeland, maar had dan toch, zoowel te Luik, als aan de Gette, vrij zware verhezen geleden, zonder dat het een noemenswaardig voordeel behaald had. Indien het Veldleger dadelijk na de mobilisatie binnen de verschanste legerplaats van Antwerpen ware geconcentreerd, zou hetzelfde resultaat zonder verhezen bereikt geworden zijn. Het spreekt van zelf dat dit niet kon of mocht geschieden; België mocht zich. met „zonder slag of stoot" aan den Duitschen inval prijs, geven. Maar nu men besloot tot het niet-verdedigen van de Maaslinie, kon het kortstondig standhouden achter de Gette, uit een strategisch oogpunt, niet veel meer verdienen dan den naam van een „sclnjnvertooning". Het Verslag van het Opperbevel geeft vrij hoog op van hetgeen het Belgische Veldleger op 20 Augustus al had verricht en bereikt. Dat de hoofdmacht behouden binnen de stelling van Antwerpen kwam, was ontegenzeggelijk een belangrijk feit, waarvan de beteekenis met kan worden ontkend of weggecijferd; Maar het oorlogsdoel beoogt niet alleen of in de eerste plaats de eigen krachten te ontzien en te sparen; het moet als hoofdtaak voor oogen houden, de voornemens en de handelingen der tegenpartij te dwarsboomen, te benadeelen en de uitvoering er van te bemoeilijken, zoo mogelijk te verhinderen. En in dit opzicht g* dus voor de bevordering van het strategische doel van den krijg — had de leiding

Sluiten