Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEEL — DETAIL

deel hebben aan: to have an interest in.

deelen: to share; to participate.— het verlies met iemand d.: to bear a share 'in the loss with a person. — het verschil d.: to split the difference. — een opvatting d.: to endorse a view. — in de winst d.: to share in the profits.

deelgenoot: partner *. — d.schap: partnership *.

deelgerechtigdheid: bewijs van d.: bonus share. . deelhebber: partner.

deelnemen aan: to share in; to participate in. —d. aan een onderneming:

Ito embark in a venture. — zij blijven aan de premietrekkingen d.: they go on drawing. deelneming: interest; participation. — van de d. aan de vorming van een syndicaat afzien: to give up one's intention of participati g in the formation of an underwriting-syndicate. — van de d. aan een aanbesteding afzien: to give up one's plan of tendering for a contract, defect: preakdown. — d. zijn: to be defective. — d. raken: to break down; to become defective. deficit: deficit.

definitief: definitive; definite; final.

degelijk: respectable; steady.

dekblad tabak: wrapper tobacoo.

dekken: to secure; to cover *. — zich d.: to cover; to cover one's shorts. — I middel om zich te d.: means of reim- I bursement. — niet gedekt: unoovered. j— de assurantie <L: to cover the insurance.

I dekking: cover *; provision; reimbursement. — zonder d.: without funds in hand. — zonder d. laten: to leave unoovered. — terd. van deze onkosten: in order to cover these expenses. — d. zenden: to provide (= to find) funds. — iemand d. zenden: to put a person in cash. deklading: deck cargo; deck load. { deklast: deck cargo; deck load. i delcredere: del credere. i delgen: to redeem. — een sc uld d.: to i extinguish (= to discharge = to i compound = to liquidate = to pay i off) a debt. — een leening d.: to extinguish (= to redeem m to call in) a loan. —

delging: redemption. — d. eener leening:

extinction of a loan. delven: to dig (coals); to work a mine.

denatureeren: thee (alcohol) d: to denature tea (alcohol), denken: het laat zich d.: it maybeimagined. — aan een firma d.: to bear a firm in mind. — over iets d.: to think of a thing. departement van Handel: Board of Trade.

deplacement: displacement, deponeeren: to lodge *; to deposit *J to register *. s— een som d. bij: to deposit (= to place a deposit) with. — hij deponeerde $ 500 op de bank: he banked $ 500. — een vennootschapscontract bij den griffier d.: to file a Memorandum of Association with the Registrar. déport: backwardation. deposant: deposit or. deposito: deposit *. — d. met(6maands) opzegging: fixed deposit. — op d. zetten : to place on deposit. — gelden in d. nemen: to receive money on deposit. — een d. bij een bank opvragen: to withdraw one's depositaccount from a bank. — d. bank: bank of deposit. — d. bewijs: receipt (== certificate) of deposit. — d. rekening: deposit account, depot: deposit; branch (of a house). — bij iemand in d. geven: to give in a person's charge; to deposit with a person. — d. houder: manager of a branch-establishment; agent, depreciatie: depreciation. — d. van

het geld: depreciation of coin. derde: voor rekening van een d.: on account of a third party. — zij hadden met d.n gecontracteerd: they had entered into contracts with other firms.

deskundig: competent; professional, deskundige: expert; auditor, desnoods: if need be. despatch money: despatch money. dessin: design. — van d.: in design, destinatie: place of destination. desverkiezende: if desired. détail: detail. — in d. verkoopen: to retail.— alle d.s: the ins and outs. — d. prijs: retail price. — d. verkoop = d. zaak: distributing business.

Sluiten