Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1526/40. Kris, als voren, doch het lemmet antiek, ruw gedamasceera, ae vorm als voren. Greep van ivoor, in den vorm van een gestileerden, hondepenis (?), de steelring ontbreekt. Scheede van gevlamd bruin hout met puntig schoentje; het huis als voren1). Daaronder eene omwikkeling van rood en wit gestreept koord; hieronder steekt een lus van zwart gevlochten koord, waaraan met een oog een gordel is bevestigd van geweven katoen, met breede groene en smalle roode, oranje en grijze strepen; voering van rood katoen; een deel der buitenzijde met veelkleurige zijden bloempjes en gouddraad in ruitpatroon doorwerkt; het einde van den gordel vormt een bos roode, gele en grijze katoenen draden. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 31, br. 7, 1. greep 10, dm. 2,8, L scheede 38, br. 2,8—14 cM.

1526/41. Als voren, het lemmet antiek, bladvormig ovaal, aan het boveneinde aan eene snede met klein afgerond uitsteeksel. Greep van zwartbruin hout in den vorm van een sterk gestileerd menschelijk figuur (?) met voorovergebogen hoofd, dwars op het lemmet *). Scheede van gevernist geelbruin hout, met geelkoper bekleed, zoodat op eene zijde een langwerpig gedeelte onbekleed is gebleven; ondereinde afgerond. Het huis aan weerszijden afgerond, de bovenrand concaaf met kleine driehoekige zijdelingsche uitsteeksels op het midden. — Waarschijnlijk oorspronkelijk Balineescn. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 23,5, br. 2,8, 1. greep 7, dm. 2,3, L scheede 43,5, br. 2—15,5 cM.

1805/38. Kris, lemmet flauw gebogen, driehoekig, tweesnijdend; afgebroken gandja. Greep van palmhout, in den vorm van een sterk gestileerden Garoeda-, komvormige koperen steelring met zilveren cylinder. Scheede van bruin hout, in doorsnede amandelvormig zonder schoen; bootvormig, gevlamd mondstuk, aan eene zijde recht, aan de andere gebogen, met omwinding van grijs touw vastgebonden. Sakier.

L. lemmet 28, br. 5, 1. greep 10, 1. scheede 40, br. 3,5—16 cM.

b. Het lemmet recht, getand, de greep als voren.

1240/8s) Als voren, het lemmet antiek, van boven aan de eene zijde recht afgesneden' aan de andere met eenige flauwe tanden onder den gandja. Greep van donkerbruin hout, in den vorm van een gestileerden Garoeda met over elkaar gekruiste armen. Komvormige zilveren steelring. De scheede geheel met zilver overtrokken de eene zijde van boven effen, van onderen met geciseleerde driehoeken in dwarsbanden. Aan de andere zijde in de onderste helft hetzelfde ornament en in de bovenste helft bladranken, door kruisbloemen begrensd. De schoen puntig vooruitstekend. Het huis smal, van donkerbruin gevlamd hout, de eene zijde afgerond, de andere recht afgesneden, van boven concaaf. Z.

L. lemmet 20,5, br. 5,5, 1. greep 5,4, dm. 2,1, L scheede 27,2, br. 2,3—11 cM.

1500/332 Als voren, het lemmet oud, met puntige uitsteeksels aan den gandja en daaronder; greep van been, dwars op het lemmet staande, de vorm als voren*); komvormige geelkoperen, steelring met gedreven bladornament. Scheede van donkerbruin hout; afzonderlijk mondstuk, aan de eene zijde kort en afgerond, aan de andere vlagvormig en oploopend. Z. (?).

L. lemmet 21, br. 1,8, 1. greep 7, dm. 2,6, 1. scheede 27,5, br. 2,5—11,5 cM.

1400/116) Als voren, het lemmet van boven met een aantal scherpe uitsteeksels aan den gandja en daaronder. Greep van gepolijst bruin hout in den vorm van een gestileerden hurkenden Garoeda, dwars op het lemmet staande. Vaasvormige rood-

1) Vgl. Matthes, pl. VH, fig. i. ,

2) VgL van Hoëvell, Der Kris von Süd-Celebes (/. A. f. E. XVIII), 65.

3) Serie 1249 aankoop April 1900. n v ■

4) Schmeltz, Ind Prunkwaffen (/. A. f. E. III), p. 110, fig. 27a. - van Hokvell, Der Krts von Süd-Celebes (I. A. f. E. XVIII), 66.

5) Serie 1499 aankoop Oct. 1905.

Sluiten