Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j//*^. oniuuuusuraagster van aen vorst, gekleed in een baadje van rood katoen en een rok van wit katoen. Aan haren linkerarm is een doek van lichtrood katoen met rand van gouddraad en eene nabootsing van een ronde, gouden sirihdoos bevestigd. Z.

H. 17,5 cM-

37/202. Prins in hofkostuum: ontbloot bovenlichaam en armen, gordel waarin van voren een kris steekt, onderkleed van wit katoen en geelkoperen, met kralen versierde polsringen. De voeten ontbreken. Z.

H. 19 cM.

37/207. Prins, als voren, doch met hoofdbedekking van papier met uitgekeepten bovenrand, met halvemaanvormige, vergulde figuren beplakt; gekleed in een lang tot over de voeten afhangend gewaad van blauw en rood geruit katoen. Hij draagt de vorstelijke lans, met witte schacht en vergulde punt en een rechthoekig schild, van hout, van buiten met roodbruin papier en horizontale strooken verguld papier in het midden een vergulde schijf met rooden cirkel ift het midden, verder een staatsielans *), met witte schacht en twee vergulde punten. Deze voorwerpen draagt hij voor den vorst uit. Z. re,

H. 15 cM.

1926/45. Pop, voorstellend een aanzienlijk persoon. Kleeding: baadje van rood gaas, met korte mouwen, met sterren van gouddraad versierd, dé randen met rood katoen en staafjes bladkoper omboord. Borst- en rugversiering van stukjes, met mica versierd blik. Ondermouwen») van oranje katoen, met gouddraad doorweven. Polsringen, nagelbedekking aan den duim van de linkerhand en vingerringen. Lange broek van roode zijde, de pijpen omboord met oranje, met gouddraad doorwerkt katoen. Het haar van achteren puntig oploopend, met loovertjes en takjes van zilverdraad versierd. Z. (?).

H. 53 cM.

1926/46. Vorstin (?) of bruid(?), met oorschijven van mica met afhangende snoeren kleine kralen en ruitvormige stukjes mica. Halsketting van kleine zwarte en groote vergulde kralen met aanhangsels van mica op blik. Baadje van rood gaas met korte mouwen en diep uitgesneden halsopening, de randen met rood katoen en vierkante stukjes mica omboord. Breede polsbedekking van mica tusschen twee polsringen met uitstekende punten. Duimversiering aan de linkerhand, met zilver- en gouddraad bekleed. Dubbele saroeng van rood neteldoek, met groenen rand, die met vierkante stukken mica en ruitvormige stukjes zilverpapier versierd is. Daaronder een lange, roode broek, waarvan de pijpen met gouddraad omboord zijn. Z. (?). H. 55 cM. i kj

1026/49. Aanzienlijk pèrsoon (bruidegom?), met haarband van geel en rood katoen, waaraan van achteren kettingen van roode en groene kralen met stukken geel en groen mica bevestigd zijn. Halsketting van vergulde kralén. Borstsieraad van geel mica. Bovenarm- en polsringen van vergulde en groene kralen, de eerste op rood katoen, vingerringen van groen mica. Gordel van rood katoen, waarin van achteren een kris steekt met scheede en huis van goudpapier, zonder greep, lange broek van geel katoen, de pijpen met gouddraad omboord. Z. (?)

H. 57 cM. v'

1926/56. Pop, in zittende houding, van palmbladreepen diagonaal gevlochten eene aanzienlijke vrouw (vorstin of bruid?) voorstellend, blijkens de lange duimversiering aan de linkerhand. Baadje van roode zijde met vergulde sterren. Halsketting van groene micaplaatjes. Bovenarmbanden van hetzelfde materiaal, benedenarmbedekking van verguld blik, polsringen van zwarte kralen. Rok van rood neteldoek

1) Mak. poke pangka (Matthes, Mak. Wdb. 124, s. v. pangka met Atlas, pl. VIII. fie 81

2) Vgl. Adriani en Kruvt, De Eare'e-sprekende Toradja's, II, 219.

Sluiten