Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1560/44i). Doodenbord, van zilver, met uitgeschulpten, gedreven rand. Op de onderzijde als randschrift: „Ter Gedagtenisse van Hendrietta Trevizo. — Huysvrouw van den Opsiend' in 's Comp» Touw Pakh* Jurriaan Wendt. — Gebor" tot Groningn den 19 Decemb* A. 1726. — En Overled" tot Batavia den 2 July A. 1755. Oud zijnde 28 Jar" 6 Maand" en 15 dagn." Bone.

Dm. 31,5 cM.

IV. Voorwerpen op den godsdienst betrekking hebbende. a. Tooverij en toovermiddelen.

37/177. Potje, van verglaasd aardewerk, lichtgroen, buikig, met scherpen, uitstaanden rand. — Wordt gebruikt voor het bewaren van toovermiddelen, waarmede men zich liefde verzekert. Z.

H. 4,5, dm. 5,5 cM.

706/3*). Amulet (djima*), lichtgrijs verglaasd, aarden vaasje, breed en plat, met smallen voet, nauwe, ronde halsopening en twee ooren, die den hals met de vaas verbinden en waardoor een koord is geregen. Op beide zijden van het vaasje bevinden zich eenige ingebrande, krulvormige ornamenten. — Het vaasje was gevuld met aarde van een graf van een aanzienlijk persoon en werd aan een langen band om de heupen, gedragen. Aangezien het reeds eens door een zeeroover, die was vrijgesproken, gedragen was, zou het ook den moordenaar, die het nu droeg, ongetwijfeld helpen. Z.

H. 5, br. 3,9, dik 1,5 cM.

1560/112 *). Als voren (mdili*), doch bestaande uit een rechthoekig, zilveren doosje, met twee oogjes voor een koord. Het bevat een steentje (?) en wordt aan de tasch (pawo-pawo) gedragen. Gowa.

L. 6,6, br. 1,9 cM.

1560/127 6). Als voren (djima boelaeng"1), bestaande uit vier zilveren en zes gouden kokertjes, rechthoekig of zeshoekig, met graveerwerk versierd, in dubbele rijen op een lapje rood katoen genaaid en als kinderarmband gebruikt. Gowa.

L. 2,3—2,7, br. 1 cM.

804/265. Als voren, doch bestaande uit vier langwerpig zeshoekige stukjes hout, die met bladzilver met ingegrifte, ruitvormige figuren zijn bekleed, genaaid op een, met rood geruit katoen gevoelden, strook paars katoen. Z.

L. 19, br. 3 cM.

37/183. Als voren, doch bestaande uit de nabootsing in hout en goudpapier van zeven gouden, driezijdige prisma's, verbonden door een touwtje, met een strik van wit katoen, waarin een papiertje (met Koranspreuk?) geknoopt is. De prisma's zijn bevestigd aan een rechthoekigen lap van rood flanel, met gouddraad omboord en met gebloemd katoen gevoerd. — Als kinderarmband gebruikt. Z.

L. 16,5, br. 4 cM.

1560/1298). Als voren, doch bestaande uit tien rechthoekige, gouden, met filigraanwerk versierde kokertjes, in dubbele rijen op een lapje rood katoen genaaid en als kinderarmband gebruikt. Gowa.

L. 19, br. 2,5 cM.

1) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 46, n°. 362.

2) N. St. Crt. van 26 Oct. 1889, n°. 253.

3) Matthes, Mak. Wdb. 541, s. v. djima. — A. B. Meyer, Alterthümer aus dein ost-indischen Archipel, 14 e. v.

4) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n°. 366.

5) Matthes, Mak. Wdb. 350, s. v. tnSili met Atlas, pl. XV, fig. 13, ld.

6) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n°. 367.

7) Matthes, Mak. Wdb. 541, s. v. djima. met Atlas, pl. XV, fig. 27*.

8) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n°. 367.

Cat. Rijks-Ethn. Museum, DL XVHI. 5

Sluiten