Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1456/104. Potje1), van gebakken aarde, vuil bruin, rond, buikig, met naar buiten uitstaanden, flauw gebogen rand. Om den hals een ingesneden ornament: evenwijdige zigzaglijnen met verlengde punten en kleine cirkelbogen. Matana-meer. Z. O.

H. 9,5, dm. buik 12, dm. boven 8,5 cM.

1456/103. Als voren'), doch van zwart gebakken aarde, rond, de onderste helft meloenvormig, de bovenste kegelvormig naar boven vernauwd. Op de onderste helft radiale- gleuven, bovenaan in driehoekige afplattingen overgaand; deze en enkele gleuven met rood glazuur bedekt. Matana-meex. Z. O.

H. 9, dm. buik 12, boven 8 cM.

_ 1904/3038). Drinkbeker, van een recht afgesneden klapperdop op voetstuk van vischgraatvormig en lusvormig gevlochten, smalle bamboereepen, halfrond met stijfgevlochten, uitstaanden voet. Mengkoka. Z. O.

H. 14, dm. 11 cM.

1904/298*). Koffieketel, van geelkoper, naar Europeesch model; rond op uitstaanden voet en met ingegoten versiering, die strepen en driehoeken vertoont. Gebogen tuit, aan den pot door een staafje verbonden, waarop een ruw vogeltje. Een dergelijke vogel op het ronde deksel, dat eveneens eene ingegoten versiering vertoont. Gebogen, draaibaar hengsel met ingekraste, rechte en gebogen strepen. Boeton.

H. zonder hengsel 14, dm. 15 cM.

1904/301'). Kookpot, van geelkoper, bolvormig met uitstaanden rand. Op het dikste deel een scherpe, aaneengesoldeerde rand en daarboven twee ingegoten, rondgaande strepenversieringen. Botton.

H. 14, dm. 17 cM.

1904/299"). Presenteerschotel, van geelkoper; komvormig, met uitstekenden, uitgeschulpten rand, het middelste deel cylindervormig met verhoogden rug; uitstekende voet. Onder het komvormige deel eene rij afhangende driehoeken. Het geheel a jour bewerkt met | |—vormige openingen. Botton.

H. 16, dm. 8—21 cM.

1904/3117). Hanger, van gevlochten/««^««-bladreepen, zes zigzagvormige reepen, boven in een cylinder met oog te zamen komend. — Voor het ophangen der borden. Botton.

L. 68 cM.

1926/8348). Spijsdeksel9), van ƒ ««(/««-bladreepen volgens het dichte drierichtingssysteem gevlochten, afgeknot kegelvormig. In het midden der bovenzijde een cylindervormige knop, versierd met een roode, zespuntige ster in een groenen zeshoek met zwarte omtrekken. De bovenrand met zwarte reepen overvlochten, terwijl door den onderrand een blauwe, met ongekleurde reepen overvlochten reep getrokken is, beide gevolgd door paarse vezels. Botton.

Dm. 20,5, h. 6,5 cM.

1) Meykr und Richter, Celebes, I, p. 99, n°. 587 met pl. XXIV, fig. 12. — Vgl. Grübauer, p. 86, fig. 65.

2) Meyer und Richter, Celehes, I, p. 98, n°. 582 met pl. XXIV, fig. 4. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 309, fig. 95.

3) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXIX, n». 16573. _ Sarasin, L, p. 375, fig. 118.

4) Not. Bat. Gen. LI (1913), P- LXXI, n°. 16483.

5) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXI, n°. 16482.

6) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXI, n». 16484.

7) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXIV, n». 16513.

8) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. CLH, n°. 17019.

9) Elbert, 216.

Sluiten