Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1818/10. Zitmat, als voren, doch vierkant. Breede omboording van geel katoen. In het bovenvlak zwarte, roode en gele reepen overgevlochten; patroon: zwart, diagonaal kruis over een geel vierkant met roode randen en T-vormige uitsteeksels in het midden der zijden, gevolgd door een zwart kruis. Kandari. Z. O.

L. en br. 56 cM.

1818/12. Als voren, doch van diagonaal gevlochten, smalle bamboereepen, ongekleurd en zwart; vierkant, de randen omnaaid. Patroon, aan beide zijden gelijk: groot vierkant, in 36 kleine verdeeld en daarin vogelvormige (?) figuren. Hierom concentrische randen met gespikkelde driehoeken, haakvormige figuren en kleine kruisen. Kandari. Z. O. L. en br. 53 cM.

n. Manden en doozen.

1904/2861). Mandje, van de bladscheede van een palmboom, geheel bekleed met horizontale bamboelatjes; rechthoekig met opschuivend deksel, dat zich naar boven koepelvormig vernauwt. De belegging met fijne vezels dwars doorvlochten. De hoeken door bamboelatten versterkt. Aan den onderrand twee, boven uitstekende hengsels. Kandari. Z. O.

L. 19, br. 15, h. 15 cM.

1926/836»). Als voren, doch van /a«/fe«-bladreepen volgens de dichte drierichtmgsmethode gevlochten, met overschuivend deksel, op welks bovenvlak door roode en zwarte reepen een zespuntige ster gevormd is. Langs den onderrand en den buitensten bovenrand van het deksel een horizontale, zwarte reep en aan den binnenkant van den bovenrand een roode reep. Op eenigen afstand van den bodem een horizontale, verhoogde rand van roode en zwarte, driehoekige reepen. De bodem zeshoekig, naar boven smaller uitloopend en rond. Boeton.

Dm. 12, h. 8 cM.

1926/769 *). Als voren, doch van binnen ongekleurd, van buiten ongekleurd, rood en zwart. Rond, met opschuivend deksel, dat naar boven smaller wordt, met opstaanden rand, die evenals de onder- en bovenrand van het mandje met zwarte bladreepen overvlochten is. Botton.

H. 13, dm. 17,5—20,5 cM.

J904/292 4)- Als voren, van bamboelatten, met ^««^-palmbladreepen omslingerd. Rond, naar boven smaller. Bestaat uit drie deelen, de beide onderste met platten bodem en opstaanden rand, het derde dient als overschuivend deksel. De zichtbare buitenzijde met roode en paarse reepen versierd in een onregelmatig patroon van ruiten en driehoeken met kleine, geblokte ruiten en kruisen. Boeton. H. 21, dm. 24—26 cM.

1926/517'). Naaimand (ranta% als voren, doch uit slechts eene afdeeling met overschuivend deksel bestaande. De onderrand met roode en zwarte reepen doorvlochten. Het bovenvlak van het deksel rood met kruisen van ongekleurde en zwarte reepen. In het midden een cirkel, die in vier roode en vier zwarte segmenten verdeeld is. De zijwanden met ongekleurde of groen en paarse of paars en roode ruiten op zwarten of rooden grond. Onderaan een rij ongekleurde kruisen en ruiten op zwarten grond. Kampong Baoe-Baoe, Boeton.

Dm. 15,4—17,2, h. 9,3 cM.

1926/7627). Mandje, van /0«^a«-bladreepen volgens de samengestelde omslingenngsmethode over horizontale hoepels gevlochten. Rond, naar boven wijder uit-

1) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXIX, n«. 16570.

2) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. CIII, n°. 17020.

3) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. CIII, n». 17020.

4) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. LXXIV, n°. 16515.

5) Not. Bat. Gen. XLVI (1908), p. XCII, n». 13483.

6) Grubaukr, 592, s. v. „Korb." - van Afpelen van Saemsfoort, T. I. T. L Vk. L, 316. — Jasper, Vlechtwerk, 156. 7) Not. Bat. Gen. LI (1913), p. CIV, n°. '17021.

Sluiten