Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GROEP VI.

Middelen van vervoer.

1456/101. R ugmand1), van ongekleurde pandan (?)-bladreepen volgens drierichtingssysteem gevlochten, onderaan rechthoekig, bovenaan wijder uitloopend en ovaal. Met doorgestoken, verticale en rondgaande rotanreepen versterkt. Aan den wand en aan den bodem een paar met rotan omwoelde oogen, waardoor een reep boombast is gestoken, die voor het voorhoofd wordt gedragen. Lamboega. Z. O.

H. 25,5, J, bodem 15, br. 13, dm. boven 20—28 cM.

458/92»). Prauw»), model van Boeion. De voorsteven beschadigd, de achtersteven verhoogd en met vier planken afgeschoten. De bovenrand zwart geverfd. Driebeenige mast, waaraan een rechthoekig zeil van wit katoen tusschen twee rotanlatten uitgespannen is. Met twee roeren. — Vervaardigd op Boeton, verkocht te Djeneponto (Binamoe).

L. 127, br. 29, h. 19 cM.

GROEP VIL

Handel. Maten en gewichten. — Munten.

86/1—4*) en 232/1»). Lapjes6), grove, geweven stof, rood en groen gestreept, op Boeton als pasmunt gebezigd en 160 daarvan de waarde van twee stuivers hebbende. Boeton.

L. 11 en 10, br. 4,5 en 2 cM.

804/277. Als voren (kampoea), doch bestaande uit een lapje ongebleekt, grof weefsel met tot paren vereenigde, smalle, zwarté strepen, — Dit „geld" wordt thans niet meer gemaakt; de waarde bedroeg 1 duit voor een stuk zooals dit, 20 duiten = een dubbeltje. Boeton.

L. 18, br, 17 cM.

1456/114. Als voren (bida of kampoewa"1), vier exemplaren, vierkante stukjes geweven, grijswit katoen met dubbele paren roode lijnen evenwijdig aan de randen. — Als ruilmiddel in gebruik; 40 stuks hadden de waarde van 10 cents. Boeton.

L. en br. 14 cM.

232/2—38), Nederlandsche dubbeltjes, rondom besnoeid»), waarop alleen de kop van den leeuw van het wapen is overgebleven. — Als pasmunt gebezigd. Boeton. Dm. o,6 cM.

1) Vgt. Grubauer, p. 32, fig. 19 en p. 104, fig. 79.

2) Serie 458 don. J. Broers, 23 Dec. 1884. — N. St. Crt. van 6 Juni 1885, n«. 131.

3) vg«; Grubauer, p. 57, fig. 38. — Vosmaer, l. c. 97, 101.

4) Serie 86 don. Prof. Dr. J. Pijnappel, April 1868.

5) Serie 232 don. Prof. Dr. J. P. N. Land, Jan. 1880.

6) Verzameling van berichten betrekkelijk de Bijbelverspreiding, XCVI, p. 29 e. v. — van der Hart, 73. ' r

7) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 126, n«. 599 met pl. XXVH, fig. 19. — Ligtvoet in o. T. L. Vk. 4e volgr. II, p. 10.

8) Serie 232 don. Prof. Dr. J. P. N. Land, Jan. 1880.

9) van der Hart, 14.

Sluiten