Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgeknipte sterren van wit, rood, zwart en oranje doek. Aan den driehoek en het onderstuk talrijke snoeren van vruchtpitten en rood, geel en zwart riet met kwastjes van gras, mica en boomschors. — Wordt door kinderen bij terugkomst van koppensnellers op het hoofd gelegd met den steel naar voren. Kolaka. Z. O. L. 52, br. 46 cM. Zie pl. III, ng. 3.

1456/90. Pantserhemd1), van stijf gevlochten Gne/um-Gnemon-vezéls, bijna vierkant, van onderen iets breeder, zonder mouwen; vierkante armsgaten met naar voren overhangende, rechthoekige schouderlappen. Aan den onderrand op zijde en aan den voorkant ingesneden. De voorzijde open en te sluiten met oogen en touwtjes van Gnefum-vezéls, aan een waarvan een ringetje van schelp. De halsopening uitgeschulpt, in den nek een trapeziumvormig, getand stuk als bescherming. Lamboega. Z. O.

L. 75, br. tusschen de schouders 40 cM.

1456/78. Pantserjak8), van grof geweven, grijze stof, zonder mouwen, van voren open. Rug, schouders en voorzijde bedekt met dakpansgewijze over elkaar liggende, onderaan schildvormig uitgesneden reepen leer van herten en gemsbuffels (Anoa depressicornis), gedeeltelijk met de huid naar binnen. Over de schouders naar voren overhangend een korte en een lange, schildvormige lap leder; in den hals eene driehoekige bescherming. Sluiting aan de voorzijde met twee lussen van touw en twee houten cylindertjes. aan een snoertje opgehangen. To Kinadoe, Sarawako, Md/anameer. Z. O.

L. 62, br. tusschen de schouders 40 cM.

GROEP X.

Staat en maatschappij.

370/2249»). Voetboeien, bestaande uit twee rechthoekige, houten planken, ieder met drie halfronde inkepingen, die door een wig, welke door een der uiteinden gestoken is, tegen elkaar kunnen geperst worden. Een tweede exemplaar bestaat uit een verticaal blok hout, dat grootendeels tot twee stijlen uitgehold is, waardoor van boven een horizontale wig steekt, terwijl het blok in een rechthoekig voetstuk met afgeronde, korte zijden steekt. Banggaai. O.

L. 52, br. 13, d. 2,7, h. tweede exemplaar 25,5 cM.

370/2248 4). Handboei, bestaande uit een, aan weerskanten gesloten bamboekoker, met twee kleine, ronde gaten, om de handen door te steken, die door houten pennen begrensd worden. Banggaai. O.

L. 22, dm. 4,9 cM. Zie pl. IV, fig. 5.

1106/13. Gordijn voor een bruidsbed») (tabil koelamboe), rechthoekig, van wit katoen; hieronder verschillende katoenen randen: gebloemd, oranje, groen, rood,

1) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 340, fig. 105. — Meyer und Richter, Celebes, I, p. 90, n°. 554 met pl. XX, fig. 2. — Vosmaer, 1. c. 67, 94. — Zie ook Cat. R. E. Af. IV, 58, noot 1.

2) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, p. 91, n». 557 met pl. XX, fig. 3 en 4. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, 320, fig. 99. — Kruyt in Af. JV. Z. G. XL, 140. — Elbert, p. 265, fig. 132.

3) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 13e kl. n°. n8. — T. I. T. L. Vk. II, 70.

4) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 13e kl. n». n8.

5) Over huwelijksgebruiken bij de Afaronene zie Elbert, II, 19; idem bij de Tolalaki Af. N. Z. G. XLIV, 161. — T. I. T. L. Vk. LXI, 428—435, 441-447. — Vosmaer, L c. 91; idem in Tomboekoe: T. I. T. L. Vk. II, 76.

Sluiten