Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ruiten van wit katoen (98) of rechthoekige strooken wit katoen (100 en 60), gescheiden door driehoeken van rood (60) of zwart (100) katoen. De mouwen van n*. 98 met verlengstukken van wit, die van n°. 60 met verlengstukken van wit en oranje katoen. 98 en 100: Toradja's, 60: M.

L. 64, 58 en 59, br. 38—84, 36—68 en 33—73, over de mouwen 96, 87 en 98 cM.

1456/34 & 41 en 1926/64. Vrouwenbaadjes, als voren, (n°. 34 en 41: lemba1), n°. 64: limoero), n°. 34 voor meisjes; van een dubbele laag boomschors, de binnenste bruin, de buitenste geel (34) of zwart (41 en 64); gesloten, met recht ingesneden halsopening, die met een roode, zwart gerande (34) of met een witte streep (41) of met een roode, met gele en groene draden doorstikte streep (64) omboord is. Deze streep loopt bij n4. 34 en 41 over rug en borst door en is op de borst met witte kruisen (34) of met ruitjes van rood en groen katoen (41) versierd. De einden der mouwen rood (34), wit (41) of geel (64). Aan de voorzijde onderaan roode en zwarte banen en strepen, met smalle, witte, verticale en kruisstrepen benaaid (34) of breede, roode en witte en smalle, witte, roode en zwarte reepen, de breede roode met opgelegde, witte sterren en ruiten en zwarte en witte strepen, met groen katoen vastgenaaid (41) of roode en witte strepen, met verticale, groene draden doorstikt (64). Het smalste gedeelte van n°. 64 met witte, groene en roode draden horizontaal doorstikt. 34 en 41: Koelawi, 64: Doeloe.

H. 47, 50 en 53, br. taille 33, 33,5 en 34,5, over de mouwen 64,5, 73 en 72 cM.

1456/45. Als voren»), van zeer dunnen, roodbruinen boombast, de buitenzijde met hars (?) besmeerd. De rond uitgesneden halsopening aan de buitenzijde belegd met een reep witten boombast met rose randen en beschilderd met zwarte en gele randen en kruisen en roode stippen. Pakoeli, Paloe-dal.

H. 42, br. tusschen de schouders 56, 1. mouwen 29 cM.

1232/102. Als voren (tali wombos), doch kleiner en van witten, onbeschilderden boombast, uit twee aan elkaar genaaide deelen bestaande, met opstaanden- kraag. — Wordt door de vrouwen bij wijze van hoofddoek gedragen. Toradja's.

H. 25, br. tusschen de schouders 45, 1. mouwen 37 cM.

1372/8. Als voren4), voor vrouwen; uit twee aan elkaar genaaide stukken bestaande, geheel gesloten, met zeer korte mouwen; ronde, opstaande kraag, door een touwtje te sluiten. Sterk ingesnoerde taille met ingezette driehoekjes van blauw katoen; de onderrand rond. Geheel beschilderd en bovendien bedekt met zwarte micastippen. De versiering vertoont: op den kraag groepen van verticale, witte, zwarte en rose strepen, op de zijden een gele of oranje grond en daarop eene combinatie van ruiten, krullen en rozetten binnen randen of in groote groepen in zwart, rose, paars en groen. Posso.

H. 53, br. over de mouwen 86 cM.

1926/125. Als voren, doch rood, met korte mouwen. In het midden van het baadje een horizontale en aan de uiteinden der mouwen twee verticale, witte strooken, die door dubbele, groene en roode lijnen in groepen van vier driehoeken verdeeld zijn. M.

H. 53, br. over de mouwen 125 cM.

I759/5<». Vrouwenbaadje (karaba6), lemba), als voren; sterk getailleerd, zoodat de onderrand uitstaat; ronde halsopening met aangenaaid, staand kraagje, verder geheel gesloten. De buitenzijde geheel beschilderd: horizontale en verticale rijen aan

1) Adriani en Kruyt, Geklopte boomsckors, 10 en 20. — Af. N. Z. G. XL, 148. — Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's, II, 218.

2) Sarasin, II, 35. — Meyer und Richter, Celebes, I, pl. XIV, fig. 26.

3) Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's, tl, 220.

4) Vgl. Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 9 vlg. met pl. V.

5) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 9 vlg. met pl. V. — Idem, De Bare'e-sprekende Toradja's, II, 218.

Sluiten