Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fel-roode geraniums... en hij er u op wijst, dat bij een dergelijke architectuur de kleur oneindig meer doet dan iedere plastische versiering.

Op het speciale gebied van gevelversiering door bloemen- of plantentooi, dat in verschillende vereenigingen belangstellenden vindt, wijkt meer en meer de onverschilligheid en het domme vooroordeel der lagere volksklasse.'

Vooroordeel bestaat er zoowel ten plattenlande als in de steden tegen weelderig met klimop of wilde wingerd begroeide muren en moeilijk is het de op oude overleveringen en verkeerde begrippen rustende overtuiging te bestrijden, dat klimop o zoo schadelijk is voor het ongeschonden behoud der muren, dat het — erger nog •* de huizen vochtig maakt en een welkome kweekplaats biedt aan muizen, ratten, spinnen en ander ongedierte.

De ijverige secretaris van „Nëhalennia", Vereeniging, tot Instandhouding en Bevordering van Walcheren's Natuur- en Stedenschoon, — de heer B. von Brucken Fock — heeft dan ook een goed werk verricht door zich in verbinding te stellen met verschillende autoriteiten op bouwkundig en botanisch gebied. Van deskundigen als Dr. Berlage, Dr. P. J. H. Cuypers, Prof. v. d. Kloes, en de architecten v. d. Kloot Meyburg, Adr. Muller, C. B. Posthumus -Meyes, C. H. Peters, A. W. Weissmann en zoovele anderen mocht hij de besliste verzekering krijgen, dat om met Dr. P. J. H. Cuypers mede te spreken: „klimplanten de vochtigheid der huizen niet bevorderen en ook geen schade toebrengen aan de muren, mits men er zich voor het aanbrengen .van overtuige, dat er geen scheuren in zijn en geen voegen zijn uitgevallen of losgelaten. Is dit wel het geval, dan dienen deze gebreken allereerst hersteld te worden. Ja velen beschouwen zelfs de aanwezigheid van klimplanten als het behoud van oude gebouwen en daarom werd ook op de vergadering van archeologen het behoud, waar mogelijk ten sterkste-aanbevolen."

Nëhalennia poogt in deze richting evenals sommige

Sluiten