Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

□ TWAALFDE HOOFDSTUK. □

OORSPRONKELIJK LANDSCHAPSCHOON EN LAND-ONTGINNING.

Gelukkig heeft men ten onzent van den beginne af ingezien, dat natuurbescherming en landontginning zich niet vijandig tegenover elkaar behoefden te stellen, dóch dat natuur en cultuur harmonisch moeten samengaan. Sentimenteele overdrijving zou de natuurbescherming in veler oog een soort van onschadelijke mode-liefhebberij doen zijn, misschien spotternij of afkeer verwekken, welke velen zou kunnen weerhouden eéri beweging te steunen, die aller sympathie en medewerking vraagt en noodig heeft.

Al heb ik in de vorige hoofdstukken ook het oor geleend aan de bewijsvoeringen, die schoonheidminnaars, en natuurvrienden naar voren brachten in hun pleidooien voor een behoud van Neêrlands oorspronkelijke natuurrijkdommen, dit sluit niet uit, dat ik een zoo nuttigen, sociaal-economischen arbeid als die der Nederlandsche Heidemaatschappij niet op de juiste wijze zou weten te waarde,eren, dat ik niet luide de ontginningen zou toejuichen van het Staatsboschbeheer.

In vele deelen van ons land hebben de gewijzigde agrarische toestanden als gevolg van den technischen en economischen vooruitgang de levensvreugd der bewoners — die immers met het volste recht „brood van de aarde" verlangen en uit heide bouwland wisten te maken — verhoogd.

Door het bondgenootschap, dat in de laatste helft der negentiende eeuw werd gesloten tusschen stoom-

Sluiten