Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 DERTIENDE HOOFDSTUK. □

VAN DE WOESTE DILUVIALE HOOfiTFN NA AP HF

BEBOUWDE ALLUVIALE VLAKTEN.

Het zal den lezer verwondering baren dat, waar de kleinste plaatsjes op de zandgronden van Oostelijk Nederland reeds jarenlang hun „Plaatselijk Belang" ■ebben, groote en drukbezochte gebieden op het alluvium nog maar steeds van locale V.V.V.'s verstoken zijn.

Dit feit werpt een eigenaardig licht voor mij op de ontdekkingsgeschiedenis van het Nederlandsche landschap in toeristischen zin, waarbij een merkwaardige evolutielijn te volgen is, die van de onvruchtbare woeste diluviale hoogten loopt naar de vruchtbare gecultiveerde alluviale vlakten.

Behalve de op dagjesmenschen aangewezen drukbezochte oorden in de nabijheid der bevolkingscentra, trokken in de zomervacanties vooral die streken den Nederlandschen toerist aan, welke het meest nog de in het buitenland zoo gezochte landschapsromantiek bezaten.

Daarvoor kwamen in aanmerking de heuvellanden Éan den Veluwezoom met Arnhem als centrum; Nijmegen (de oude stad, op ongewone wijze tegen zeven ^euvelen gebouwd I) met het nabije „buitenlandsche" pad Cleve, den Tiergarten en het Reichswald; ZuidLimburg — „Neêrlands Zwitserland" — met zijn schoon van buitenlandsch origine; de hooge Lochemsche Berg en het Montferland met den nabijen Duitschen Eltenberg, de Utrechtsche heuvelreeks met ZeistDriebergen en enkele andere streken, die reeds vroeg

6

Sluiten