Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houtschaarschte ook na het sluiten van den vrede.

Het is een groote verdienste van den heer G. van Lelyveld geweest hierop de aandacht te hebben gevestigd in het Handelsblad van 18 April 1917 en hij zal het me wel niet euvel duiden, wanneer ik een voor het bevorderen van natuurschoon en vreemdelingenverkeer belangrijke alinea hier laat volgen. Hij schrijft:

„Er is voor miljioenen opgehoopt in musea, schatten, waarvan een nauwelijks noemenswaardig procent der bevolking kan genieten; zoo moet er voor het veel algemeener belang van het bosch, waar duizenden ontspanning kunnen vinden, waar de mensch opleeft na de spanning van de rustelooze roezige jacht van het moderne leven, ernstig gezorgd worden, opdat het overblijfsel van den eens zóo rijke natuurschat niet geheel verloren ga."

Nu het September-nummer 1917 van het Tijdschrift der Nederlandsche Heidemaatschappij het bericht bracht van de tot stand gekomen fusie tusschen de Nederl. Heidemaatschappij en den Oranjebond van Orde, nu de jonge vereeniging „'t Boompje" haar bestaansnoodzakelijkheid kan aantoonen op overtuigende wijze en het Tuinbouwblad Floralia de Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde met haar talrijke afdeelingen opwekt de jeugd te brengen tot meerdere waardeering van wat er groeit en bloeit buiten, zie, nu komt het me voor, dat we in Nederland genoeg lichamen bezitten, die — en hier maak ik de woorden van den Directeur van den Oranjebond van Orde tot de mijne „door de nauwere samenvoeging van krachten het droombeeld van de wording van grootere dingen toï werkelijkheid zullen weten te brengen."

En „groote dingen" kunnen hier tot stand gebracht worden! Het buitenland geeft ons ook hier de navolgenswaardige voorbeelden.

We stippen hier in het voorbijgaan aan, dat Spanje zijn vereeniging „El Arbol" heeft, die voor den boom werkt, dat in de Povlakte de Italiaansche jeugd millioenen boomen geplant heeft op officieele „Boomen-

Sluiten