Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wazige schildersatmosfeer schatten geeft aan levensblijheid en levensvreugd, die we te lang alleen slechts; in het buitenland dachten te vinden.

Onafwijsbaar dan vooral thans de eisch, dat er streng gewaakt worde om ons eigen landschappelijk en stadsschoon te beschermen tegen al wat ontstemming kan wekken, dat vooral de strijd dient te worden volvoerd tegen de ontsierende reclame en den protserigen woningbouw in de stad en op hetj platteland.

Laat ieder die den moker opheft tegen een oud] gebouw of de bouwplannen van een nieuw in uitvoering] brengt, toch bedenken, dat tijdgenoot en nakomeling het recht hebben rekenschap te eischen van zijn daad. Zeker de moderne tijd en het moderne leven behoeven in hun architectuuruitingen niet ondergeschikt te blijven aan het „antieke oude" — een toestand, die ik allerminst gewenscht acht — maar helaas de bewijzen zijn er te veel, dat zelfs bij den tegenwoordige* opbloei eener nationale architectuur met Potgieter dikwijls door schoonheidsvrienden gezucht kan worden:

„Waar rees, hoe vaak de moker klonk, Iets schooners op, dan wat er zonk."

Want helaas iedere maand melden de dag- of vakbladen feiten, die de betiteling „boschslachtersl en „architectuurvilders" op de lippen van vele schoonn heidsminnaars brengen, wordt er in oud en merk| waardig Nederland gesloopt; zonder bekommerd te zijn over een herboren nieuw en schoon Nederland^ Laat men het toch als een nationale plicht beschouwen, ons schoonheidsbezit te beschermen en bedenken dal ieder, die zijn misdadigershand leent voor daden van schoonheidsvernietiging medeplichtig is aan eei nationale verarming,- welke een terneerdrukkenden invloed kan uitoefenen op de levensenergie van de

hocton nnHpr nut vnllr

Ik heb reeds in den breede aangetoond, wat er in i de vredesjaren, die de twintigste eeuw ons land I

geschonken heeft, reeds gedaan is op net moeilijk ai

I

ft

1;

Sluiten