Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pro-strijders de poëtische „Schwarmers", die — als ze niet slapen — door de klokkenklanken herinnerd worden aan mooie levensoogenblikken, gelijk dat het geval moet zijn geweest met den heer C. K. Elout te Middelburg en de contra-mannen, lieden, die den nacht nergens anders voor wenschen te gebruiken — en wie kan hen- ongelijk geven — dan voor rustig slapen. Deze laatsten scharen zich onder leiding van Rotterdams burgemeester, Mr. Zimmerman, die al een heel onrustigen nacht aan het jolige lawyt van den Middelburger Lange Jan verweten heeft, en bepleiten, dat ook elders dan in Arnhem en Leeuwarden de carillons hun uitbundig klokkengezang moeten staken. Zij moeten in Groningen niets hebben van een klokkenbruidslied uit den Lohengrin 's nachts om twee uur, en wenschen elders op dat uur Michieltjes jongenshart naar een niet ondermaansch oord. Zij kunnen geen historische waardeering koesteren voor de verovering van den Briel, als dat illustere feit telkens in klaterende zangen van hooge torens verkondigd wordt, in : „uit naam van Oranje doe open de poort", en beschouwen Charivarius als hun poet laureate, omdat hij de fel obsedeerende angst voor nachtelijke rumoeren van een neuroticus parafraseerend, beweerde: „een klokkespél 's nachts dat was als een dolgeworden stier, die rondrinkelt door een winkel met glas- en aardewerk."

Zutfens vroede vaderen, die in 1672 op zeer bedenkelijke wijze qver het bezit van het Wijnhuisklokkenspel marchandeerden en het kunst-historische bezit afhankelijk stelden van het betalen eener oorlogschatting groot 5000 francs, die sedert 1914 de genius der plaats trotseerden in het geschonden silhouet van „Zutphania turrita", hebben echter in eerl der jongste zittingen blijk gegeven, dat B. en W. tot hun genoegen zullen meegaan met allen, „die in dezen tijd van overspanning en proza' nog niet een meer rustige en poëtische levensbeschouwing als die onzer voorvaderen uit de 17de eeuw, overboord hebben geworpen". Hoewel ze natuurlijk gaarne den Zutfenschen logées hun

Sluiten