Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK, j

ZINGENDE TORENS EN VOLKSEIOEN KLEEDERDRACHTEN.

De Zeeuwsche boeren en boerinnetjes hebben onverbreekbare vriendschap gesloten met hun eigenste „Lange Jan", die zich heelemaal niets aantrekt van de met hem naloopertje spelende „Malle Betsie". Wie dat dan wel zijn ? Wel de Lange Jan is in heel Zéeland te goeder naam en faam bekend, hij is de jolig zingende vriend van het volk. Maar hij is niet een „varende zanger", die van dorp tot dorp de eilanden rondtrekt, want door onwrikbare banden is hij gebonden aan het historische plekje van de Middelburger Abdij. Hij bepaalt het Middelburgsche stadsaspect, is als een prachtige decoratie verbonden aan het karakteristieke schoon van de historische Zeeuwsche hoofdstad, en zijn zang behoort als een wezenlijke eigenschap tot het groene Walcheren. Want de Lange Jan is de 87 Meter hooge Abdijtoren. Maar de middelburgers zelf — ook menig lid van de achtbre magistraat — weten natuurlijk niets meer van den oorsprong der familiare „Lange Jan" betiteling!. De historicus heeft wel degelijk een verklaring gegeven, en maakte uit, dat hij niet zoo heet, omdat zijn hooge spits van alle hoeken en kanten op Walcheren te zien is, als de spil waarom heel het eilandleven draait, maar dat de spotnaam verband houdt met de 12 torentjes, die de abdijtoren oorspronkelijk bezat, ieder een van Jezus' discipelen eerend. De grootste dezer torentjes werd Johannus gedoopt, en zoo is de volksnaam „Lange Jan" tot

Sluiten