Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

no. 10. Óns mooie Nederland IV. Gelderland III.

De Veluwe door D. J. VAN DER VEN, 260 bladz. met 63 afbeeldingen naar photographische opnamen . . f 1.50 In prachtband met goud . . f 2.—

ENKELE PERSSTEMMEN:

Ik heb. zelden met zooveel genoegen een boekje van Van der Ven aangekondigd. Hoe goed laat hij ons de Veluwe zien, hoe veelzijdig ia zijn belangstelling,' met hoe groote vlijt heeft hij zich gedocumenteerd. Ook voor de menschen heeft Van der Ven een open oog. Alleraardigst schetst hij het bedrijf van de eikenschillers uil Nunspeet en ook de kolenbranders krijgen hun beurt.

Ik mag de bespreking van dit boekje niet eindigen zonder te gewagen van de voortreffelijke photo's, waarmede hét is versierd..

Jac. P. Thijsse in „De Amsterdammer".

Er is één vorm van vaderlandsliefde, welke verdeeldheid dncht noch duldt, mits ze éénmaal is doorgedrongen, mits haar deugdelijkheid eens is beseft, dat is de liefde voor 't land, als grond, als schoonen bodem, als natuur.

De veelondernemende uitgever J. M. Meulenhoff te Amsterdam is met de reeks pittige boeken „Ons Mooie Nederland" iets voortreffelijks begonnen.

Ziehier nu het derde deel; het geeft De Veluwe. De natuurliefhebber D. J. van der Ven vertelt ervan. Hoeveel zijn we vooruitgegaan in belangstelling voor ons land sinds de wandelaar Craandijk pionierswerk verrichtte. Van der Ven is een onvermoeid volger. En op de Veluwe is 't heerlijk wandelen, zoowel voor de oogen als voor „den geest"; immers behalve aan onze zinnen heeft het land bijna overal wat te vertellen aan onze gedachten uit het verleden. Van der Ven heeft het beseft en voert ons dwars de Veluwe over en dooi tal van sagen en herinneringen.

„Nieuwe Rotterdamsche Courant".

De Veluwe biedt op het gebied van natuurschoon meer dan op dat der bouwkunst. De kasreelen, het eenvoudig boerenhuis, het dorpskerkje vinden echter in den heer Van der Ven een bewonderaar, die ook hun architectonische beteekenis naar behooren doet uitkomen. En gelukkig worden ook Elburg en Harderwijk aan de kaak gesteld zooals zij dat verdienen door het daar bedreven vandalisme, dat de oude typische schoonheid vernietigde en historische gedenkteekenen zonder noodzaak opofferde. „De Bouwwereld".

De heer Van der Ven, die in zijn jonge leven ons reeds zooveel schoons heeft gebracht en van wien we, zoo God wil, nog zooveel schoons verwachten, heeft met zijn boek „De Veluwe", dat een zelfstandig geheel vormt, het derde deel van "zijn „Gelderland" voltooid. En wat het hart van den dichterlijken schrijver bezielt, klinkt en jubelt u tegemoet als een schoon lied, dat we beluisteren in den koelen morgen en den stillen avond. Want dit proza ruischt als een 'lied, als de Veluwsche woudbeek in prachtige taal.

L. Penning in „Het Arnhemsen Dagblad".

Sluiten