Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOEPEN.

1. Soep van gedroogde soepgroenten.

Een kopje vol gedroogde soepgroenten, zout naar smaak, 21/s liter kokend water, V» theelepeltje geraspte notemuskaat, 1li theelepeltje fijne (gemalen) peper, 1 lepel mélange A of B. (om te binden 2 of Soepels sago- of ander meèl).

De soepgroenten worden eerst gewasschen en dan één nacht in water, (liefst aardappelwater) geweekt.

Den volgenden dag kookt men de groenten in weinig water gaar, voegt er de 2Vg liter kokend water bij, met de opgegeven specerijen en laat.jlit samen goed opkoken.

Nu maakt men het sagomeel met een weinig water aan en roert dit door de kokende massa. Als deze dik begint te worden, roert men er vlug de lepel, mélange A of B door.

2. Dezelfde soep met rijst.

Dezelfde hoeveelheden als onder No. 1, maar daartnji een vol kopje rjjst, doch geen sagomeel.

Dezelfde bereiding als bjj No. 1. Als men de2Vj flter kokend water met de specerijen bn' de soepgroenten voegt, doet men er eok het vol kopjerijst bij. Dit alles samenkoken, tot de rijst gaar eni de soep „gebonden" is.

Sluiten