Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze liepen langzaam in de al warme voorjaarszon; genietend van 't zijn bij elkaar; genietend ook van de lenteweelde, die zelfs in de stad merkbaar was. Jan vertelde, als één, die èr van genoten had, hoedeboomen nu stonden vol zwellende knopjes, hoe een enkel teer blaadje zich voorzichtig ontplooien ging; hoe't jonge groen sproot uit de zwarte aarde, en de vogeltjes tjilpten en zongen.

Maar eindelijk kwamen ze toch bij Emma's huis.

In de salon wachtte hen mevrouw: een deftige dame nu, één en al minzaamheid. Ze nam Jan in beslag door veel vragen aangaande zijn vader en Martha; zijn tehuis, dat verbouwd werd, om twee paar menschen plaats te kunnen geven ; 't korte reisje, dat hij pas afgelegd had. Ze vond Jan een goeie jongen, waarmee Emma 'twel trof; voor een industrieel zou

Sluiten