Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hij weg was, ging Jan de ziekenkamer binnen.

En omdat hij geen andere woorden vinden kon, vroeg hij weer: „Hoe gaat het vandaag, Emma?"

Zijn tegenwoordigheid scheen haar op te winden; haar kleur wisselde snel, en haar dunne, doorschijnende vingers omstrengelden elkaar en lieten weer los in zenuwachtig beweeg.

Hij merkte het en leed er door, en toch lei hij niet liefkoozendkalmeerend zijn hand op de hare.

Tusschen hen in stond aldoor hun hoop, die gestorven was, door haar schuld.

Hij kon niet hard tegen haar wezen; ze was zoo bleek, zoo teer, en hij had haar zoo lief gehad. Maar haar schuld voorbijzien kon hij evenmin.

Ze voelde, wat er tusschen hen was. Haar lippen bewogen zich een

Sluiten