Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p • n

FRANS BASTIAANSE

'T TIJDLOOZE EN 'T TIJDLIJKE

De dennen wiegen de eeuwig groene kronen In 't zachte blauw, dat aarde en al omspant, En in de diepte voor ons ligt het land, Waar duizend nijvren hof bij hof bewonen:

Hier drijft een landman met de kracht'ge hand De vore' in de aard, die tijd en arbeid loonen, Oogst reeds een ander 't ooft welks roode koonen De almachtige zomerzon heeft rijp gebrand.

En de ovens langs, waar roode steenen drogen In 't zelfde zonlicht, kronkt de blauwe stroom, Dien booten met een zacht geraas bevaren;

Zoo zag ik, wie maar even leven mogen,

Met wat reeds daar was meer dan duizend jaren,

't Tijdlooze en 't tijdlijke als droom van een droom.

HET KASTEEL

Voor onze blikken rees nu 'toud Kasteel Met hoogen toren tusschen iep en eiken, Waar duizend bloemen stonden stralend geel Op 't groene grasveld in de zon te prijken.

Sluiten