Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORJAARSSNEEUW

De landen liggen zaligwit In voorjaarssneeuw en voorjaarszon Te luisteren naar wat de stilte bidt, Vandat de dag begon.

Al wat ik gisteren heb liefgehad

En morgen moet beminnen,

Al teêrste troosten mijner droeve zinnen, *

Treedt mij niet tegen op <Mt helle pad.

Want vandaag bemin ik alleen

De sneeuw zoo blank, zoo stervensblij.

Gunt dezen dag aan haar en mij;

Want vóór den nacht is zij dood en heen, —

O, treedt niet tusschen Sneeuw en zon.

Dat gij niet met de sneeuw vergaat In den lustvloed van die gulden bron, En morgen me eenzaam laat Zonder éen ding te minnen of te kussen,

(Uit: Praeludiln.)

LIEDJE

Achter de wuivende duinenHjn Stoeien de wind en de wilde zee. Wij liggen als gekamerd in den vreê Van blauwe lucht en zonneschijn.

Mijn oog drinkt uit uw oogelicht Gelijk een zomerbloem die bloeit Aan water dat de wind niet moeit. Het wordt een wonderbaar gedicht.

Sluiten