Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j J. A. DÈR MOUW (ADWAITA)

'k Maak in gedachten vaak een bedevaart : Dan sta 'kweer op de plek, die zomerdag, Waar ik door de eikenlaan je komen ztg ; Als reliquie heb ik dat beeld bewaard :

Uit zonn'ge boomen dropte op zonnige aard' Overal neer de zonn'ge vinkenslag; 'Kzag op jouw goed gezicht die blije lach En 'k dacht op eens: Ben ik die liefde waard ?

En één ding weet ik: als jij dood mocht gaan, Zal 't zijn als stond ik weer in de eikenlaan, Toen jij zou komen met jouw lief gezicht.

Dan wordt die zomerdag, zoolang voorbij, Een vizioen van toekomst, waarin jij Mi] , staat te wachten in onwereldse* licht.

Dof violet is 't west en paarsig grijs. Nog wandel 'kdoor het zwaar berijpte gras. En hoor naast me op de vaart het fijn gekras Van schaatsen over 't hol rinkelend ijs :

Sluiten