Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie bracht aan Wodan en Freya de schaal, In goud toen roo wijn, aan het godenmaal

Naar de Wodansrots,

Waar in koningstrots Zij voorzaten in de zaal ?

Wie haalde de manemerrie van stal, En stapte met haar door de hemelhal,

Dat dat zwanepaar

In die vogelschaar Klapwiekend meevlogen overal ?

Wie joeg de sombere ruiters voort, Gedromde wolken, op zonnemoord,

Met hun hagelslag

Als met sabelslag,

Gereden uit het Noord ?

Wie bouwd' in d' avond het Westersch paleis Van kolenvuur glorend door wolkenijs,

Van wat wolkenpuim

En wat parels schuim, Waar de goden in vlogen na dagereis ?

Wie maalde de zon dat het gouden geluk, Het zonnemeel viel, wie gaf den ruk

Aan het zonnerad

Dat de zee opspatt', En maalde de morgengolven stuk ?

Dat deed Balder, ik, En geen oogenblik Zat ik met kommer In wee en lommer, Of weende ik.

(Fragment uit den Tweeden Zang.)

Sluiten