Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij weet niet, hoe de zomer hier kan branden, Maanden lang staat de strakke hitte neer. Geen late regen ? De gebarsten landen Geven aan oogst niet eens hun zaaisel weer.

Wij klagen niet. Uit donkre dagen bloeien De rijke zomerdagen op hun hoogst. Als de bronnen des winters overvloeien Vloeit des zomers het land over van oogst.

Het winterwater welt Het rijke koren Vloeit rijk als water in herfstige schuur. Wij zien het land in één geluk verloren En onze vreugd gedenkt elk donker uur.

En ieder donker uur doet ons gevoelen, Hoe rijk de zomer hier kan zijn aan zon. Eaat het water diep in de beken woelen En klaterend zich breken uit de bron.

Zal dezen winter de Jobsbron zich breken In overval van water naar het dal ? Of de beek van Mamilla met de beken Des Sultans zich schuimend vereenen zal ?

Des nachts : ik lig met wind en regen wakker, Of heb ik van wind en regen gedroomd ? Wat hoor ik ? Achter ons huis over den akker ? Is-het de beek van Mamilla, die stroomt ?

Het is de beek. Des ochtends bij 't verklaren Der donkre uren zie ik zijn rijk geweld. God geeft geluk. Een oogst, genoeg voor jaren Zegent in één jaar het heuvlende veld.

Sluiten