Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAVID SPELENDE VOOR SAQBE

Toen zag de koning hoe zijn bruine handen Ruischend de tonen grepen uit de snaren, Alsof er blonde bussels korenaren Voor zichten zwichtten op de heete landen.

Daar boven hing, een rosse zon, te branden Zijn blozend hoofd met schoone roode haren. En dieper werd zijn blos bij 's konings staren, En grootscher werd de greep der slanke handen.

Toen droomde Saoel zich in vaders woon, Tusschen hun vette vee en voedend koren, En wist slechts van zijn oud-gewende werk. Hij was tevreden als zijn vaders zoon.

Dan voelt hij, plots, Gods onontkoombren tooren, En om zijn wapen klemt zijn hand zich sterk.

(Uit: Qetta'teu en Stemmingen.)

DIAEOGUE MYSTIQUE.

Komt ge zoo laat tot mij ? de dauw Der nacht dampt uit uw donkre klêeren. Wilt ge den jammer van dit uur vermêeren, Dat bitter is van wroeging en berouw ?

,,Ik ben om u den woesten weg gegaan, Door wildernis en doornige valleien. Ik hoorde u, hopeloos, om deernis schreien Laat ge mij voor gesloten deuren staan ?"

Sluiten