Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo Het me moeder stil naar je luisteren met mijn hoofd zacht tegen je aangedrukt. Vol sparuiing boog zij zich over mijn luisterende oogen.

Toen ik fluisterend „een zusje" zei,

ghmlachte moeder, als had zij

een heerlijke geheimenis ontdekt.

„Gewis", sprak ze, ,je oogen! ze zeggen me vast,

dat het een zusje zal zijn".

XIV

Wel is de reis aanvaard, moeder, maar nog toef ik steeds aan uw zijde.

In 't geroep van den t j i n t a k a, hij die om regen

smeekt, zult gij me hooren.

Mijn geroep zal tot daar, in uw treurend hart,

weerklinken

en uw tranen zullen rijkelijk vloeien als antwoord op mijn bêe om uw zegen.

Als ge in een hoekje der kamer mijn bonte speelgoed onbeheerd en onverzorgd ziet liggen, voelt gij me niet in de huivering licht door uw leden gaan en de vlijmende pijn, die dan snijdt door uw hart ? In den eenzamen avond, moeder, als ge stil zit te kijken naar ons tuin, van bloemen wit en nog maar schemerig verlicht door de bleeke opgaande maan,

dan zal ik op den koelen adem van het avondwindje verschijnen

en dan zacht langs uw voorhoofd strijken in duizend teere kussen.

Sluiten