Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EDMOND VAN OFFEL

DE MORGENKDOKKEN

De morgenklokken slaan den laten nacht uiteen ; en klaarte en klanken gaan omme de bouwen heen,

— de wankle bouwen stom, bijeengeschaard en nauw, en krom van ouderdom

in 't misten guur en grauw.

De vrouwkens gaan in stoet, geborgen hun gelaat, lijk zielkens droef en zoet, dwaalzielkens langs de straat. Van 't misten 't kille wee kleeft hunne mantels aan ;

— de vrouwkens gaan gedwee alwaar ze moeten gaan ....

Het hart van de oude kerk de klokken kloppen luid en roepen door het zwerk wanhopig 't Deven uit.

— En weiflend komt vandaag aldoor den wolkenring bevend, en bleek, en vaag lijk een herinnering....

Sluiten