Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LEESZAAL

Hier is het koninkrijk der stilte: alle geluid,

stierf in der corridoren kilte,

wanneer ge met vertraagden stap,

langs 't witte marmer van de trap

de wijde zaal komt ingetreden.

Nu zwijg ! Rondom, als in gebeden,

zit men aan blad of boek gebogen

en in de schijnbaar droomend' oogen

leeft heel een wereld van gedachten:

het eigen oordeel dat de krachten

van andrer woord te toetsen poogt,

of wel bewondring die verhoogt,

verreint, en in zich zelv' alrêe

de diepste vreugde vindt en vrêe,

misprijzen ook dat met een fijn

verholen lachje van venijn

om den nerveuzen mondhoek leeft,

maar peinzend' aandacht meest, die zweeft

van 't rustig voorhoofd als een troost,

een mêelij-stem die vleit en koost

en noodt den man van vraag en strijd

tot zijn besloten zaligheid.

Ziet ge dat oude vrouwtje daar ? . .

Ik ken haar niet;

vergrijsd is 't vroeger roode haar,

de stijve kin steekt strak vooruit

en dun omspant de gele huid

den scherpen hoek der breede kaken. —

Sluiten