Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ =H

JAN PRINS

y y

DE SCHUTSLUIS

De tjalken schieten aan tusschen de strakke dijken en vullen 't glad kanaal met driftig schuimgedruisch, totdat zij met een vaart de lange zeilen strijken en glijdend binnengaan in 't veilig vak der sluis.

Daar dringen zij dooreen: de harde boorden kraken, zoodat een druk rumoer zich opzet in de lucht, totdat de wachters weer de poorten open maken en al dat ongeduld ver in de ruimte vlucht.

Dan lijkt de morgen stil na 't jong geluid, dat heen is en ons verbet, nog vóór 't zijn vollen groei begon. En in de leege sluis, waar 't licht nu weer alleen is, drijft enkel nog wat schuim, dat schittert in de zon.

DE TOREN

In 't kleine stadje staat de toren, stomp en zwaar, zijn logheid in de lucht gestooten, de breede beeren rustig voor den romp, die 't leed van zoovele eeuwen houdt besloten,

Sluiten