Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij jou is mijn liefde goed geborgen,

niet waar, mijn hef.

Ben ik al lang gestorven,

mijn hart bewaar, mijn lief. Bewaar 't, het sloeg alleen voor jou, mijn hef,

heel edel, zuiver en altijd vol van jou, mijn hef.

XXX

Eens hoorde ik iemand spelen op een fluit, o ! wonderbaar !

Het kwam aldoor dichter bij, het geluid;

maar van waar ?

Mijn gedachte toeft ver bij hem.

Welke heerlijkheid !

In eens, dicht bij mijn oor zijn stem

in werkelijkheid.

EXXII

Ze staan te droomen

de kale boomen,

Ziekelijk en uitgeput,

zonder stut.

Sluiten