Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE ZOET TE ZIEN. .

Hoe zoet te zien dat wondre lentgebeuren : Der meieweelde ontwaken, weiflend beven, En dag na dag, in dorre winterdreVen 't Jong spruitend groen al groeiend na te speuren,

En over 't bruine land de lichte kleuren Van 't zwellend graan al verder te zien zweven, En plot* den vlierstruik dan vol blaadren-leven, Den tuin te vinden vol violengeuren!

Dang streven weer en wind en wolken tegen En slaan de zonne in 't schuchter aangezicht; En onverbidlijk kletst en plast de regen.

Maar dan — opeens is heel de hemel licht;

't Al lacht en juicht en danst in vreugde zwierend :

De lent bestormde ons, zingend-zegevierend.

(TJit: Eerste Verzen).

KOREN

Rijpende zomers, heilig koren, Liefde der menschen-voedende aard. Brood geworden in goud geboren, Goudlende korengaard

Opgeschoten in slanke stangen, Korrel die wilde en won; Ruischende harp der gouden gezangen : Wind bespeelt ze en zon.

Sluiten