Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een krans daaraan gehangen draagt de woorden Die de oude veldheer sprak : „geen fransch soldaat Heeft rust zoolang in landen die. ons hoorden, In de Elzas zelf, een vreemde in wapens staat!"

Een siddring vaart bij 't lezen door die menigt: „Waar is de Held die tot een eedlen strijd Nog eens wie weiden om zich heen vereenigt En wie. hu daadloos zijn tot zege leidt 1 . . .

„Of leeft in elk een held van de legende ? Een Jeanne d'Arc of een Napoleon ? In hen vond voorge tijd zijn roemrijk ende — O of uit hen roemrijke tijd begon ! —

En. aan hun hand de kindren gaan de vaders Naar buiten, met niet meer moedlóózen stap. Zij voeren, weten ze, aan hun hand de daders, De aanstaande, op roem beluste, jdnglingschap.

IN NEVEE.

Aan W. L. Penning Jr.

De ^vinternevel waar het licht in broeit

Heeft weer ons met zijn zilvren wade omhangen,

Het is of al het zichtbre dieper boeit

Nu zoete blindheid half ons heeft bevangen.

Wié had die tooverwereld inniger hef Dan gij, mijn vriend, die uw verdonkerde oogen Zoo lang al niet naar 't teere weven hief Van wintertwijgen door geen wind bewogen.

Sluiten