Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weging in volkomen harmonie is met de romp- en beenbewegingen. Het eischt zeer veel oefening om de voor een bepaalden stoot noodige samenwerking van alle spieren te verkrijgen.

Een stoot moet juist zijn, d. w. z., wanneer bij het stooten de bedoeling voorzit een bepaalde plaats te treffen, moet die plaats ook getroffen worden. Men stoote niet in het wilde weg, alleen maar met het doel om te stooten, dus in de lucht of naar gedekte plaatsen van den tegenstander. Dit is nutteloos en kan zelfs nadeelig zijn.

Een juiste stoot moet snel zijn. Een tegenstander zal, door de beweging van zijn armen, hoofd en romp, meermalen, doch slechts een oogenblik, op een of andere plaats ongedekt zijn. Wil men daarvan gebruik maken, dan moet de aanval ook met alle snelheid, waarover men beschikt worden doorgezet. Alleen dan is er kans, dat de tegenstander geen tijd meer heeft zich te verdedigen en getroffen wordt. Langzame, aarzelend uitgevoerde aanvallen zijn voor den aanvaller het gevaarlijkst.

In de wijze van treffen treedt een verschil tusschen vecht- en spelboksen op. Bij het vechtboksen moet de stoot niet alleen juist en snel doch ook krachtig zijn. Een stoot in het algemeen bestaat uit een arm-, schouder-, romp- (heup-) en beenbeweging. Arm- en schouderbeweging geven in hoofdzaak richting aan den stoot, de snelheid ontstaat door de combinatie van de vier genoemde bewegingen. De kracht van den stoot bij het vechtboksen ontstaat nu hierdoor, dat men, door op het oogenblik van treffen van stootarm en -schouder een stijf geheel te maken, het geheele door romp- en beenbewegingen aan het lichaam meegedeelde arbeidsvermogen in den stoot tot uiting doet komen. De stoot kan dan een kracht krijgen, die in staat is den aanvaller neer te werpen, hem het bewustzijn te doen verliezen of ernstig te kwetsen.

Dit is bij het spelboksen niet de bedoeling. De stoot moet wel juist en snel zijn, doch op het oogenblik van treffen wordt zij ingehouden, zoodat de vuist ten slotte den tegenstander alleen raakt, niet kwetst. Overigens verminderen de dikbekleede handschoenen de kans op kwetsen reeds belangrijk en behoeft men dus niet te bang te zijn voor een flinken stoot.

Is het na een stoot mogelijk een tweeden toe te brengen, dan

Sluiten