Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn aanvallen en de armen vrij houdt voor de stooten. Zie ook figuur 32.

Ten slotte kan men natuurlijk op een der genoemde manieren gedekt op den tegenstander inloopen en hem, zoodra de afstand dit toelaat, zooveel mogelijk stooten toebrengen.

Om weer weg te komen kan men den tegenstander vastgrijpen of zich met het lichaam tegen hem aandrukken op een der in de volgende paragraaf te behandelen wijzen en vervolgens van hem losbreken en dadelijk de stelling weer aannemen.

VASTGRIJPEN.

Dit is een verdedigingsbeweging, die in het spelboksen weinig toepassing zal vinden. Het doel ervan is om, na 'n mislukten aanval of een mislukte verdediging den tegenstander te beletten na te stooten; men voert dit gewoonlijk op de navolgende wijze uit.

Zoo noodig instappen. Is men tusschen de armen van den tegenstander, dan worden deze tegengehouden door de eigen onderarmen in zijn zijde te leggen en zijn armen met de bovenarmen naar buiten te drukken. Door de schouders op te trekken en het hoofd zoo dicht mogelijk bij het lichaam van den tegenstander te brengen, zoo mogelijk op een van zijn schouders te leggen, is men tegen aanvallen beveiligd (zie fig. 33).

Is de positie juist andersom (d.w.z. is de tegenstander tusschen onze armen ingevochten) dan brengt men het hoofd zoo dicht mogelijk naar een van de schouders van den tegenstander en drukt intusschen, door de polsen in zijn ellebogen te plaatsen zijn armen naar beneden en tegen zijn lichaam (zie fig. 34).

Het is den tegenstander wél geoorloofd, zoo hij dit kan, te stooten, dengeen die vastgrijpt echter niet. Reglementen van boksbonden schrijven voor in welke gevallen bij het vastgrijpen stooten wel geoorloofd is. Zie hiervoor later. In ieder geval echter komt het er bij het vastgrijpen vooral op aan goed gedekt te zijn. Zie ook fig. 35.

LOSBREKEN.

Men zij dan ook niet zorgeloos in zijn bewegingen om weer aan deze positie te ontkomen. De beste manier is een flinken

Sluiten