Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprong achterwaarts te maken en tegelijkertijd den tegenstander eenigszins van zich af te duwen. Zorg vooral ook bij het losbreken goed gedekt te zijn.

SCHIJNAANVALLEN.

Schijnbewegingen dienen om den tegenstander in den waan te brengen dat hij wordt aangevallen, zoodoende een bepaalde verdedigingsbeweging van den tegenstander uit te lokken en hem dan op de daardoor ontstaande ongedekte plaats aan te vallen.

Een schijnstoot heeft alleen dan succes, wanneer hij met allen schijn van een echten aanval wordt uitgevoerd. Voert men een schijnstoot naar het lichaam uit door den arm snel (doch niet geheet) te strekken, den voet iets (niet over den vollen uitvalsafstand) naar voren te verplaatsen, den romp wat voorover te buigen en tevens plotseling sterk naar het onderlichaam van den tegenstander te kijken, dan zal hij niet kunnen nalaten hierop met een verdedigingsbeweging te antwoorden en in ieder geval zijn aandacht even aan den schijnbaar aangevallen plaats te wijden, waarop men een goede kans heeft hem met een rechten rechtschen stoot naar het hoofd met uitval te treffen (zie ook fig. 36 en 37).

Een slap, langzaam uitgevoerde schijnstoot zal niet den gewenschten indruk maken, zelfs zal de tegenstander er gebruik van kunnen maken voor tegenaanvallen. Alleen door oefening kan men komen tot goed uitgevoerde schijnaanvallen, terwijl men daardoor bovendien verkrijgt, dat zij geen overdreven arbeid vorderen en daardoor zeer vermoeiend werken. Het is mogelijk het zoover te brengen, dat men, zonder zichzelf veel in te spannen, den tegenstander, die op die schijnbewegingen steeds moet antwoorden, afmat.

Doch dit is niet het eenige gebruik, dat men van schijnbewegingen maakt. Bij den aanvang van een partij worden schijnbewegingen uitgevoerd om te ontdekken, op welke wijze daarop door den tegenstander gereageerd wordt Op een juiste beoordeeling van de eischen, die elke partij stelt een goeden kijk op been- en arm werk van den tegenstander en een verstandig ge-

Sluiten