Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ernstig te oefenen en zich te storen aan de adviezen van den trainer. Zoowel voor de spelers van het eerste elftal —• toch altijd de kern van de vereeniging —• heeft dit zijn nut, als wel voor de andere spelers en ik zou haast zeggen, meer nog voor de laatsten. Men ziet het aan clubs, die een goeden oef enmeester hebben gehad, eenige jaren lang, dat juist de invallers voor het .eerste elftal en de spelers uit de lagere elftallen begrip van 't spel hebben en het in onderdeelen kennen, ook al missen zij dan misschien den aanleg, om zichzelf te vormen tot uitblinkers.

Want, hoezeer oefenen voor voetbal aanbeveling verdient, toch is aanleg veel meer, zoo niet alles.

Niet altijd is er gelegenheid tot veel oefenen en ik geloof, dat bij de meeste clubs alleen geoefend wordt door de zeer jonge spelers. De ouderen hebben 't daar veelal te druk voor. Zij studeeren of zijn nog op school of hebben reeds een werkkring en wat komt er dan van oefenen, vooral in de groote steden, waar het terrein dikwijls zóó ver van de city afligt, dat een uur oefenen een ganschen middag kost.

De wedstrijden zelf zijn voor den huidigen voetballer practisch de eenige oefeningen, vandaar dan ook, dat we jaar op jaar zien, dat de elftallen in 't begin van 't seizoen nog niet op dreef zijn en dan eerst langzamerhand hun vorm te pakken krijgen, om tegen het eind van 't seizoen in puikste conditie te verkeeren.

Die wedstrijden kunnen voor den jongen speler ook inderdaad een goede oefening zijn, als de aanvoerder en de oudere spelers, bij 't ontbreken van een trainer althans, ook werkelijk met paedagogische tact den jongen man op zijn fouten wijzen.

Waar ik tot nu toe over oefenen sprak, had ik op 't oog de oefeningen op 't veld en met den bal. Maar de voetballer kan zich ook zonder bal en zonder veld voor een wedstrijd voorbereiden. En dit wel in de eerste plaats door zijn levenswijs. Doktoren, die van sport op de hoogte zijn, als b.v. Br. Meurer in Amsterdam, zullen den voetballer een levenswijs kunnen voorschrijven, die den speler in kwestie in zoo goed mogelijke conditie brengt voor den wedstrijd. Zonder te gaan grasduinen, in wat des medicus' is, kan ik wel zeggen, dat een geregeld leven, zonder laat naar bed gaan en zonder alcoholische excessen, voor iedereen, die uitkomt op wedstrijden, aanbeveling verdient.

Een heel eenvoudige oefening voor voetbal is wandelen, niet door de Kalver- of Spuistraat of langs de Blaak, maar met stevigen, energieken pas,1 in vrij snel tempo. Verder verdient 't maken van diepe kniebuigingen en 't touwtjespringen aanbeveling. Kortom, alle oefeningen, die de spieren, vooral de beenspieren, lénig houden en die 't uithoudingsvermogen vergróoten, verdienen aanbeveling.

De oud-international Snetlage ging verder. Hij zette op den ruimen zolder van zijn huis eenige stoelen neer, nam een balletje en dreef

Lichamelijke Opvoeding. II. s

Sluiten