Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar hij moet ook spelen, behalve met z'n voeten, met z'n kop en met z'n lichaam ,. . . met z'n hersenen !

Hij moet ih elke situatie meester zijn van z'n gedachten, hij moet controleeren elke be-weging, de spelsituatie snel overzien en rap handelen naar zijn beste weten.

Dit is maar weinigen gegeven. Hoe vaak komt 't niét -voor, dat bij 'n scrimmage voor een van de doelen, waar 'n stuk of zeven spelers rond den bal heen dwarrelen, geen hunner weet wat er gebeurt en dan zijn het dikwijls maar lukrake trappen, ongecontroleerde bewegingen, die nu eens goed afloopen, dan weer noodlottig zijn.

Als ik nu een oogenblik bij de techniek stil sta —• voor zoover dit kort bestek mij dat veroorlooft —■ wil ik even in ruwe trekken de taak 'van de verschillende spelers in het veld behandelen. •

Een ideaal doelman stel ik me altijd lang voor, lang en lenig en vooral heel rustig, zonder dat die rust tot sloomheid wordt. Hij moet een paar voortreffelij ke oogen hebben en moet voortdurend het spel volgen, ook op oogenblikken, dat er schijnbaar geen gevaar dreigt; want elk moment kan dat gevaar komen en dan moet hij ten opzichte van den vijandelijken aanval terstond de beste positie innemen. Als er een speler is, die baas moet zijn over z'n zenuwen, dan is het de doelman ; als er een is, die moet kunnen beschikken over koelbloedigheid en zelf beheersching, dan is hij 't. Een doelman moet een moedige kerel zijn. 't Kan hem gebeuren, dat hij alleen komt te staan tegenover drie of vier tegenstanders, in 't bezit van den bal en hij moet dan de kordaatheid hebben, om zich op 't juiste oogenblik en volgens de eischen der techniek te werpen in den strijd, ter verdediging van zijn veste. Hij zal dat met nog grooter zelfverloochening en opoffering moeten doen dan de andere spelers, wijl zijn positie meebrengt, dat een fout, door hem gemaakt, terstond noodlottig wordt voor zijn partij ; hij voele zich de laatste post, die de vijand te passeeren heeft, eer deze zijn doel bereikt en dit zal hem prikkelen, om met groote hardnekkigheid zijn moeilijke en belangrijke taak te vervullen.

Men hoort leeken wel eens praten over doelverdedigers, die geluklig zijn. Dit is in den regel onjuist. Goed spel en aanleg, begrip van doelverdedigen en routine van het vak verslijt de leek veelal voor geluk. Maar dat is 't toch niet. De goede doelman zal een schot af wachten op de plaats waar het komt en dan is de leek geneigd om te zeggen, dat de voorhoedespeler zoo dom was, om tegen den doelman aan te schieten ; maar in waarheid is de situatie aldus, dat de voorhoedespeler niet anders kon. doen, omdat de doelman dusdanige stelling koos, die ten gevolge had, dat een schot tegen zijn lichaam moest aankomen of althans binnen zijn bereik moest bhjven.

De doelman moet matador zijn in 't stoppen, opvangen, weggooien, wegstompen en -trappen van den bal en hij moet zich vanal deze verdedigingswijzen, al naar de omstandigheden zijn, vlot kunnen

Sluiten