Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich nu plotseling voor mij opende, moest ik onwillekeurig een kreet van bewondering slaken.

Daar, bij de buiging van den breeden Ganga, lag een groote stad: — Kosambi.

Met haar muren, torens en koepels, haar boven elkaar uitstekende huizenmassa's; haar terrassen, kaaien en ghats, ') beschenen door de ondergaande zon, zag zij er in waarheid uit alsof zij geheel en al was gebouwd van zuiver rood goud — evenals Benares alvorens de zonden harer inwoners het in steen en kalk hadden veranderd. Doch de inderdaad vergulde koepels straalden als even zoovele zonnen. Boven de binnenpleinen der tempels stegen donkere, roodbruine rookzuilen op en van de lijkverbrandingsplaatsen aan den oever dergelijke van een lichtblauwe kleur. En als het ware gedragen, door dezen, zweefde er over het geheel een baldakijnachtige sluier, dié geweven scheen te zijn van de teederste perlamoerkleur, terwijl daarboven alle kleuren die konden branden en gloeien over den hemel waren uitgegoten.

Op den heiligen stroom, die al dien glans weerspiegelde en welken het kabbelen van het water nog meer deed glinsteren, wiegden zich ontelbare booten met bonte zeilen en wimpels en ondanks den afstand kon men zien hoe het op de breede trappen aan het water Krioelde van menschen, terwijl velen in het water rondplasten. Een vroolijk geraas als het gegons

') Landingsplaatsen met prachtige trappen naar het water voor het baden; afgewisseld met kleine bastions en kiosken en afgesloten met een monumentaal poortgewelf.

Sluiten