Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten plaatsen als een bewijs van mijn weldadigheid.

Zijn onverstoorbaarheid, die ik voor zachtmoedigheid hield, doch die beide vrouwen aan verachting toeschreven, vuurde hen natuurlijk nog meer aan en het zou ten slotte nog tot handtastelijkheden zijn gekomen, als ik niet tusschenbeiden getreden was, mijn vrouwen had voorgehouden hoe schandelijk zij zich aanstelden en hen in huis had gezonden. Daarop den asceet naderende, boog ik eerbiedig en zeide:

— Eerwaardigste! Acht het niet de moeite waard de onbetamelijkheden die deze vrouwen u toegevoegd hebben, ter harte te nemen — hun verstand is immers geen vinger breed! Tref mijn huis niet met uw vernietigenden ascetentoorn, eerwaardigste! Ik wil zelf uw bedelnap vullen met het beste wat het huis kan verschaffen — welk een geluk dat hij nog leeg is! Ik wil hem tot aan den rand vullen, dat er voor geen enkele bete meer ruimte overblijft en geen buurman heden het voorrecht zal genieten u van voedsel te kunnen voorzien. Waarlijk, gij zijt niet aan de verkeerde deur gekomen, eerwaardigste, en ik vermoed dat mijn spijzen u wel zullen smaken, aangezien het hier in Ujjeni toch een gehefkoosd gezegde is: „Men eet bij hem als bij koopman Kamanita" — en die ben ik. Ik smeek u dus, eerwaardigste, over het voorgevallene geen gramschap te gevoelen en mijn huis niet te vervloeken.

De asceet gaf mij ten antwoord, doch op geen onvriendehjken toon:

— Hoe kan ik wel, o huisvader, gramschap gevoelen over dergehjke scheldwoorden, daar ik toch nog dank-

Sluiten